ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9878
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en boete bij terugvordering toeslag wegens niet-melden AOV-uitkering
Eiseres ontving vanaf 1999 een TW-uitkering en had daarnaast vanaf 1 april 1999 een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering (AOV) die zij niet aan verweerder heeft gemeld. Verweerder herzag de toeslag en vorderde het teveel betaalde bedrag van €18.042,93 terug. Tevens legde hij een boete van €810 op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiseres voerde aan dat zij door haar medische en financiële situatie niet in staat was de boete te voldoen en dat zij niet wist dat zij de AOV-uitkering moest melden. De rechtbank oordeelde dat eiseres wel degelijk op de hoogte was van de AOV-uitkering en haar meldingsplicht niet is nagekomen. De terugvordering was dan ook terecht.
De rechtbank stelde vast dat eiseres financieel niet in staat was de boete binnen twaalf maanden te betalen, waardoor de boete slechts een symbolische functie had en niet evenredig was. Daarom verlaagde de rechtbank de boete naar het wettelijke minimum van €52. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De rechtbank verwierp het verweer dat eiseres niet was gewaarschuwd tijdens het onderzoek en vond geen dringende medische redenen om van terugvordering of boete af te zien. De uitspraak bevestigt de strikte naleving van de inlichtingenplicht en het proportionaliteitsbeginsel bij boetetoepassing.
Uitkomst: De terugvordering van €18.042,93 blijft gehandhaafd, maar de boete wordt verlaagd van €810 naar €52.