ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5804
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor diefstal schroot
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteiten wegens diefstal van schroot langs de weg. De verdediging voerde aan dat het feit gering was en dat overlevering disproportioneel zou zijn, mede vanwege de langdurige verblijfplaats en maatschappelijke binding van de verdachte in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de ernst van het feit en de proportionaliteit van het dwangmiddel al door de uitvaardigende autoriteit waren afgewogen en dat de overleveringsrechter deze beoordeling niet mag toetsen. Tevens werd vastgesteld dat het feit in beide landen strafbaar is en voldoet aan de vereisten van dubbele strafbaarheid en minimale strafduur.
De rechtbank wees het verweer van de verdediging af, onder meer omdat de verdachte jarenlang onvindbaar was voor de Poolse autoriteiten en het EAB correct was uitgevaardigd. De overlevering werd daarom toelaatbaar verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de overlevering van de verdachte aan Polen toelaatbaar.