ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9532
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf ondanks kwetsbare situatie kind
Eiseres, verblijvend zonder rechtmatige verblijfstitel in Nederland sinds 2001, verzocht om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb). Haar dochter, ernstig ziek en kwetsbaar, woont sinds 2007 met haar in Amsterdam. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet voldeed aan de vereiste van rechtmatig verblijf.
Eiseres voerde aan dat het weigeren van bijstand in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, het Europees Sociaal Handvest, het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten en de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een verblijfstitel volgens vaste rechtspraak een wettelijk gegrond onderscheid naar nationaliteit rechtvaardigt en dat het beroep op sociale grondrechten en internationale verdragen niet slaagt.
De rechtbank benadrukte dat eiseres en haar dochter gedurende de periode in geschil feitelijk opvang en leefgeld ontvingen, en dat de Koppelingswet en de daarop gebaseerde bepalingen binnen Europa een gebruikelijke praktijk vormen. Het beroep op willekeur en de Terugkeerrichtlijn werd verworpen omdat het bestreden besluit geen terugkeerbesluit betreft en de vrees voor willekeur niet is onderbouwd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.