ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ6471
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. de Groot
- F. van der Hoek
- H.C. Bijleveld
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Amsterdam bevestigt recht op compensatie bij vluchtvertraging volgens Sturgeon-arrest
Eisers vorderden compensatie van KLM wegens vertragingen op retourvluchten Amsterdam-Curaçao, gebaseerd op EG-Verordening 261/2004 en het Sturgeon-arrest van het HvJ EU. KLM verweerde zich met argumenten dat het Sturgeon-arrest strijdig is met artikel 29 van Pro het Verdrag van Montreal en dat geen recht op forfaitaire vergoeding bij vertraging bestaat.
De rechtbank oordeelde dat het Sturgeon-arrest als geldend recht geldt en dat de vorderingen, behalve die van minderjarige eisers zonder machtiging, toewijsbaar zijn. De rechtbank wees de minderjarige eisers niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een kantonrechterlijke machtiging.
Hoewel KLM's argumenten aanleiding geven tot redelijke twijfel over de verenigbaarheid van het Sturgeon-arrest met het Verdrag van Montreal, achtte de rechtbank geen reden tot aanhouding en kondigde zij aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad te verzoeken cassatie in het belang der wet in te stellen. De proceskosten werden aan KLM opgelegd, maar de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.
Uitkomst: KLM wordt veroordeeld tot betaling van €4.800 aan vier eisers en minderjarige eisers worden niet-ontvankelijk verklaard.