ECLI:NL:RBAMS:2010:BL5438
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring vernietiging effectenlease-overeenkomst zonder schriftelijke toestemming echtgenote
De zaak betreft een effectenlease-overeenkomst die door de heer [naam 1] werd aangegaan zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote [eiseres]. Zij stelde dat de overeenkomst vernietigbaar was op grond van artikel 1:88 BW Pro en had deze overeenkomst vernietigd met een brief van 17 augustus 2005. Dexia, de rechtsopvolgster van de oorspronkelijke bank, stelde dat het vernietigingsrecht was verjaard omdat [eiseres] al eerder bekend was met de overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat de lease-overeenkomst als huurkoop moest worden aangemerkt, waardoor schriftelijke toestemming van de niet-handelende echtgenoot vereist was. Dexia voerde aan dat [eiseres] via bankafschriften en telefoongesprekken vanaf 15 mei 2002 op de hoogte was van de overeenkomst, wat een verjaringstermijn van drie jaar deed aanbreken.
Hoewel [eiseres] getuigenverklaringen aanvoerde dat zij pas in 2005 van de overeenkomst wist, achtte de rechtbank deze ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en bewijs van telefoongesprekken waarin zij werd geïdentificeerd. Hierdoor werd het bewijsvermoeden dat zij eerder kennis had van de overeenkomst niet weerlegd.
De rechtbank concludeerde dat de verjaringstermijn was verstreken toen [eiseres] de vernietigingsbrief stuurde, waardoor haar vordering werd afgewezen. Tevens werd zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van de effectenlease-overeenkomst wordt afgewezen wegens verjaring.