ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ8471
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuurder voor opzettelijke overtreding meldingsplicht aandelen Wmz 1996
De rechtbank Amsterdam heeft op 16 september 2009 uitspraak gedaan in een zaak tegen de bestuurder en enig aandeelhouder van een NV die gedurende de periode van juni 2003 tot mei 2004 wijzigingen in het aandelenkapitaal niet onverwijld heeft gemeld aan de Autoriteit Financiële Markten (AFM), in strijd met artikel 2a van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996 (Wmz 1996).
De verdachte had opdracht gegeven tot aankoop van aandelen via zijn vennootschappen, maar meldde deze transacties pas na aandringen van de AFM. De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat niet tijdig zou worden gemeld, waardoor de transparantie en werking van de effectenmarkt werden geschaad. De rechtbank verwierp het verweer dat verdachte niet opzettelijk handelde en dat hij de meldingsplicht had gedelegeerd.
De officier van justitie had een geldboete van €100.000 geëist, maar de rechtbank legde een geldboete van €60.000 op, waarvan €20.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het tijdsverloop en het ontbreken van recidive. De overtredingen van juni en juli 2003 zijn verjaard verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van onverwijld melden van aandelenmutaties ter bevordering van transparantie op de effectenmarkt en bevestigt dat bestuurders verantwoordelijk blijven voor tijdige melding, ook als zij taken delegeren.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 60.000 euro, waarvan 20.000 euro voorwaardelijk, wegens opzettelijke overtreding van artikel 2a Wmz 1996.