ECLI:NL:RBAMS:2009:BI0052
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor niet-melden van transacties in aandelen VHS en vrijspraak handel met voorwetenschap
De rechtbank Amsterdam heeft op 3 april 2009 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, voormalig directeur van VHS Onroerend Goed Maatschappij N.V. Verdachte werd primair verweten de meldingsplicht ex artikel 46b van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (oud) te hebben geschonden door transacties in VHS-aandelen niet onverwijld te melden aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), later de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daarnaast werd verdachte verdacht van handel met voorwetenschap.
De rechtbank oordeelde dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt voor het niet melden van transacties die door medeverdachte [medeverdachte 1], bestuursvoorzitter van VHS, werden bewerkstelligd. Uit het dossier bleek dat verdachte zijn rekening en die van zijn vennootschap 23 April BV ter beschikking stelde, waardoor transacties buiten het zicht van de toezichthouder konden plaatsvinden. Verdachte werkte bewust mee aan deze schending van de meldingsplicht.
Ten aanzien van het handel met voorwetenschap werd verdachte vrijgesproken. De gedragingen betroffen marktmanipulatie die pas strafbaar werd gesteld vanaf 1 oktober 2005. Bovendien oordeelde de rechtbank dat de kennis van verdachte en medeverdachte over de transacties moest worden aangemerkt als eigen wetenschap, hetgeen niet strafbaar is volgens het Cardio Control arrest van de Hoge Raad. De rechtbank legde verdachte een geldboete op van € [bedrag], bij gebreke van betaling te vervangen door 235 dagen hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete wegens het niet melden van transacties in VHS-aandelen en vrijgesproken van handel met voorwetenschap.