ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4554
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Laurentius - Kooter
- C.S. Naarden
- M.R. Jöbsis
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor kosten herverkiezing door fraude bij kandidaatstelling Hoogheemraadschap
In 2004 pleegde gedaagde fraude bij zijn kandidaatstelling voor het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap, waarbij hij handtekeningen vervalste. Hoewel het stembureau aanvankelijk zijn kandidaatstelling goedkeurde, werd later de fraude ontdekt en openbaar gemaakt. Het Hoogheemraadschap besloot gedaagde niet toe te laten als lid, waarna de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State nieuwe verkiezingen gelastte.
Het Hoogheemraadschap vorderde vergoeding van de kosten van de herverkiezingen en extra gemaakte kosten tijdens de eerste verkiezingen. Gedaagde voerde aan dat de kosten niet op hem verhaald mochten worden omdat de kandidaatstelling onherroepelijk was en de verwarring door het Hoogheemraadschap zelf was veroorzaakt. De rechtbank oordeelde dat het verhaal van kosten langs privaatrechtelijke weg toegestaan is en dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de fraude.
De rechtbank stelde vast dat er een causaal verband bestaat tussen het onrechtmatig handelen van gedaagde en de geleden schade. Het beroep op eigen schuld door gedaagde werd verworpen omdat het Hoogheemraadschap aan zijn schadebeperkingplicht had voldaan. De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van een bedrag van EUR 351.504,90 plus wettelijke rente en proceskosten, met uitzondering van buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten die niet voldoende waren onderbouwd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van EUR 351.504,90 plus rente en proceskosten wegens fraude bij kandidaatstelling.