ECLI:NL:RBAMS:2007:BB2237
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.H.C. van Harmelen
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurkoopovereenkomsten effectenlease en zorgplicht Dexia Bank
De rechtbank Amsterdam heeft in deze zaak vier effectenleaseovereenkomsten beoordeeld, die zij kwalificeert als huurkoopovereenkomsten op grond van artikel 7A:1576h BW. De overeenkomsten betroffen aandelen en certificaten die Dexia onder opschortende voorwaarden leverde, waarbij betaling in termijnen plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat Dexia aansprakelijk is voor het handelen van tussenpersonen die betrokken waren bij het tot stand komen van de overeenkomsten en dat Dexia tekort is geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende te waarschuwen voor de risico's van de beleggingen en onvoldoende onderzoek te doen naar de financiële draagkracht van de eisers.
Verder werd bevestigd dat twee van de overeenkomsten (overeenkomst 1 en 2) rechtsgeldig buitengerechtelijk zijn vernietigd wegens het ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenote van eiser sub 1, conform artikel 1:88 BW Pro. Dexia dient de betaalde bedragen aan eiser sub 1 te restitueren, verminderd met eventuele dividenden, en eiser sub 1 moet de geleverde aandelen teruggeven of schadevergoeding betalen indien teruglevering onmogelijk is.
Ten aanzien van de andere overeenkomsten (3 en 4) werd vastgesteld dat Dexia aansprakelijk is voor het nadeel dat eisers hebben geleden door het niet nakomen van haar zorgplicht, waarbij een redelijke verdeling van het nadeel tussen partijen is gemaakt. De rechtbank wees verdere schadestaatprocedures af en bepaalde dat nadere informatie door partijen zal worden verstrekt voor de vaststelling van de omvang van wederzijdse verbintenissen.
Uitkomst: Overeenkomst 1 en 2 worden vernietigd wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot, Dexia is aansprakelijk voor schending zorgplicht en moet schade vergoeden.