ECLI:NL:RBAMS:2002:AE9153
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.L. Mastboom
- P.H.M. Kuster
- J.L. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Beslissing op preliminaire verweren in strafzaak omtrent rechtshulp en onderzoek coderekeningen
Deze uitspraak betreft een beslissing op preliminaire verweren in een strafzaak tegen verdachte, waarbij het onderzoek zich richt op het gebruik van coderekeningen door ESC Effectenbank N.V. en gerelateerde fiscale en strafrechtelijke aspecten.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat het onderzoek was gestart zonder redelijk vermoeden van schuld, dat de officier van justitie de Zwitserse autoriteiten en Nederlandse rechter-commissaris zou hebben misleid via onjuiste rechtshulpverzoeken, en dat er sprake was van onzorgvuldigheden bij vertaling en gebruik van stukken. Ook werd betoogd dat verdachte tijdens voorlopige hechtenis had gedwaald bij het sluiten van een overeenkomst met het OM.
De rechtbank oordeelt dat er weliswaar onzorgvuldigheden en vertragingen zijn geweest, zoals onjuiste passages in het rechtshulpverzoek, slordigheden bij vertaling en het gebruik van ambtseed door opsporingsambtenaren, maar dat deze niet zodanig zijn dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden. Vertragingen worden erkend, maar gelet op de complexiteit van het onderzoek niet onaanvaardbaar geacht, wel wordt aangegeven dat deze vertragingen invloed kunnen hebben op de strafmaat.
Verder wordt geoordeeld dat de belangen van verdachte niet wezenlijk zijn geschaad door de onzorgvuldigheden, dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, en dat het ontbreken van het verhoor van bepaalde getuigen tijdens het gerechtelijk vooronderzoek niet leidt tot een onrechtvaardige berechting. De rechtbank besluit het onderzoek voort te zetten en het preliminaire verweer ongegrond te verklaren.
Uitkomst: Het preliminaire verweer wordt ongegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.