ECLI:NL:RBAMS:2002:AE3240
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplichtigheid en medeplegen poging moord en hulp bij ontkomen
De rechtbank Amsterdam heeft op 7 mei 2002 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan poging moord of doodslag op het slachtoffer. Verdachte werd tevens uiterst subsidiair verweten dat hij medeverdachte hielp te ontkomen na het gepleegde misdrijf.
Na onderzoek en beraadslaging acht de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte kon niet worden aangemerkt als medeplichtige of medepleger van het misdrijf. Hoewel verdachte medeverdachte op de dag van het incident met de auto heeft vervoerd, is niet aannemelijk dat hij wist van het misdrijf of de bedoeling had medeverdachte buiten het bereik van Justitie te stellen.
De rechtbank oordeelde dat de handelingen van verdachte niet gericht waren op het ontkomen aan de nasporing of aanhouding. De benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering, omdat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd vrijgesproken zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid en medeplegen poging moord en hulp bij ontkomen wegens onvoldoende bewijs.