ECLI:NL:RBAMS:2002:AD8747
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- R.W.L. Koopmans
- J. Thomas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mandaat hopper en bewezenverklaring oplichting in Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 januari 2002 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van oplichting door zich valselijk voor te doen als betalende klant bij een Indonesisch restaurant in Amsterdam. De verdediging voerde aan dat de dagvaarding nietig was omdat deze was opgesteld door een hopper die volgens hen niet bevoegd was tot het nemen van vervolgingsbeslissingen.
De rechtbank onderzocht het mandaat van de hopper, mr. I. van den Berg, en concludeerde dat hij op het moment van uitreiking van de dagvaarding rechtsgeldig was aangesteld als hopper bij het parket en binnen de geldende mandaatregels handelde. De rechtbank verwierp het verweer dat het mandaat te ruim was of dat een hopper die tevens politiefunctionaris is niet bevoegd zou zijn.
Op basis van het bewijs achtte de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen een medewerker van het restaurant had bewogen tot het afgeven van maaltijden en drankjes door zich valselijk voor te doen als betalende klant. Er was geen sprake van een rechtvaardigingsgrond of uitsluiting van strafbaarheid.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete van €100,-, te vervangen door vier dagen hechtenis bij niet-betaling. De strafoplegging werd gemotiveerd aan de hand van de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €100,-, te vervangen door vier dagen hechtenis bij niet-betaling.