ECLI:NL:RBALM:2005:AT4757
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. van Wees
- R.J. Jue
- A.M.S. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening AOW-pensioen wegens onterecht aannemen gezamenlijke huishouding
De rechtbank Almelo behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (verweerder) dat het AOW-pensioen van [gepensioneerde] werd herzien vanwege het aannemen van een gezamenlijke huishouding met eiser. Verweerder had eiser als belanghebbende aangemerkt en diens bezwaarschriften ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk belanghebbende is omdat de registratie van een gezamenlijke huishouding gevolgen kan hebben voor zijn bijstandsuitkering. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding. De door verweerder aangevoerde verklaring van [gepensioneerde] werd niet geloofwaardig geacht, mede omdat er een schriftelijke huurovereenkomst bestond tussen eiser en [gepensioneerde].
Daarnaast werd gewezen op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad die een ruime uitleg geven aan het begrip gezamenlijke huishouding en de bewijslastverdeling. Het strafrechtelijke dossier ondersteunde het standpunt van eiser dat geen gezamenlijke huishouding bestond. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van eiser als vermeende partner in acht moeten worden genomen.
De uitspraak onderstreept dat een vermeende partner recht heeft op een eigen procedure en dat registratie als gezamenlijke huishouding niet zonder meer mag leiden tot herziening van uitkeringen zonder voldoende bewijs. Tevens erkent de rechtbank dat verschillende oordelen over dezelfde situatie mogelijk zijn door individuele rechtsbescherming.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van het AOW-pensioen wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van een gezamenlijke huishouding.