ECLI:NL:RBALK:2012:BV2667
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van WW-uitkering met inkomsten als zelfstandige na beëindiging uitkering
Eiser ontving vanaf 1 juli 2008 een WW-uitkering en kreeg toestemming om van 22 september 2008 tot 22 maart 2009 werkzaamheden als zelfstandige te verrichten. Tijdens deze periode werd 70% van zijn inkomsten als zelfstandige op de uitkering in mindering gebracht. Na beëindiging van de uitkering heeft verweerder een terugvordering vastgesteld, waarbij ook inkomsten na de startperiode werden meegenomen.
Eiser voerde aan dat het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW onverbindend verklaard moest worden wegens strijd met de doelstelling van de WW-artikelen 35aa en 77a. De rechtbank oordeelde dat het Besluit juist belemmeringen voor startende zelfstandigen wegneemt en dat de verrekening van inkomsten ook na de startperiode past binnen de wettelijke regeling.
Daarnaast stelde eiser dat het bestreden besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel vanwege onduidelijke informatieverstrekking. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat de informatie in folders en besluiten voldoende duidelijk was en dat eiser geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan andersluidende verwachtingen.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verrekening van inkomsten na beëindiging van de WW-uitkering is ongegrond verklaard.