ECLI:NL:RBALK:2007:AZ7880
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Westdorp
- Y.M.I. Greuter-Vreeburg
- G.D.M. Hoedemaker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak cocaïne-invoer, veroordeling poging afpersing met dreigbrief
De rechtbank Alkmaar sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van het binnen Nederland brengen van circa 4000 gram cocaïne, omdat de bekentenis onvoldoende werd ondersteund door ander bewijs. De cocaïne werd niet aangetroffen en er was geen forensisch onderzoek dat de aanwezigheid van de verboden stof bevestigde. De rechtbank volgde hiermee de jurisprudentie van de Hoge Raad dat een bekentenis zonder aanvullend bewijs onvoldoende is voor een bewezenverklaring.
Verdachte werd wel veroordeeld voor het schrijven en afleveren van een dreigbrief aan het slachtoffer, waarin hij eiste dat een bedrag van 60.000 euro werd betaald onder dreiging van geweld tegen het slachtoffer of diens familie. De rechtbank achtte dit bewezen en kwalificeerde het als poging tot afpersing. De ernst van de bedreiging, de impact op het slachtoffer en de recidive van verdachte werden meegewogen bij de strafoplegging.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 200 dagen op, waarvan 100 dagen tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf. Tevens werd de tijd in voorlopige hechtenis in mindering gebracht. De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf werd toegewezen omdat verdachte de proeftijdvoorwaarden had geschonden.
Uitkomst: Vrijspraak van invoer cocaïne, veroordeling tot 200 dagen gevangenisstraf voor poging tot afpersing met dreigbrief.