Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewijsconstructie en de verwerping van het verweer
(het hof begrijpt: […] ). Wij zagen dat dit voertuig vermoedelijk te lang was. Wij hebben de lengte van het voertuig gemeten. Wij zagen dat de totale lengte 25,50 meter bedroeg. Na correctie blijkt 25,48 meter. Wij zagen dat het voertuig 6,73 meter te lang was. Voertuig was in het bezit van ontheffing LZV, ontheffingsnummer […] geldig tot 2 januari 2021, voor een toegestane lengte tot 25,25 meter.
lengtevan een LZV voertuigcombinatie, maar over de
massa. Voor de onderhavige zaak is dat niet van belang, omdat de overwegingen over de ontheffing LZV in dat arrest wel 1-op-1 op de onderhavige zaak van toepassing zijn.
[A-G: ik begrijp: 25,25 meter], maar daarvoor geldt dat bij overschrijding van deze maximale lengte hij wordt geacht te hebben gereden zonder de ontheffing. Het hof is aldus met de advocaatgeneraal van oordeel dat bij overtreding van een beperking op de ontheffing de overtreding
[moet]worden beoordeeld aan de maatstaf dat de overtreder heeft gehandeld alsof de ontheffing niet is verleend. Het hof is van oordeel dat de door de raadsman aangehaalde uitspraak van dit hof van 5 april 2011 in die zin niet juist is. Zo volgt immers niet uit het systeem van de wet en zo staat het ook
[niet]in de ontheffing zelf omschreven. Dat de tenlastelegging de toegestane maximumlengte overeenkomstig de wettekst hanteert (en niet die van de ontheffing) is dus juist.”
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
[A-G: tweede]terechtzitting bij de kantonrechter in eerste aanleg, niet mede heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Volgens de steller van het middel heeft het hof daardoor geen kennis kunnen nemen van de redenen waarom de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken. Daarmee zijn de belangen van de verdachte geschaad, aldus de steller van het middel.