Conclusie
1.Het cassatieberoep
Hut, advocaat in Den Haag, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel richt zich tegen (de motivering van) de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel c.q. de opgelegde betalingsverplichting. Het tweede middel ziet op de opgelegde hoofdelijke betalingsverplichting.
2.De strafzaak (24/00367)
3.De ontnemingszaak
Grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 19.258,32
€ 19.258,00 (negentienduizend tweehonderdachtenvijftig euro);
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 19.258,00 (negentienduizend tweehonderdachtenvijftig euro);”
[A-G: ik begrijp: het hof].”
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
contant[onderstreping door mij, A-G]geld moest worden afgestaan aan de medebetrokkene. De medebetrokkene legde het geld vervolgens in een kluis waarover de betrokkene en de medebetrokkene de beschikking hadden. Daarnaast werd het afgestane geld door beiden uitgegeven om onder andere in hun levensonderhoud te voorzien.
contantegeld moest afstaan aan de medebetrokkene, ii) de medebetrokkene dat geld in een kluis legde waarover zowel de betrokkene als de medebetrokkene de beschikking hadden en iii) het afgestane geld door hen beiden werd uitgegeven om onder andere in hun levensonderhoud te voorzien.
[A-G: ik begrijp, dat de sleutel op die kluis lag]en dat de betrokkene, toen de medebetrokkene in het ziekenhuis lag, die sleutel en het geld in beheer had.
contantegeld – welk oordeel, anders dan de steller van het middel betoogt, niet enkel is gebaseerd op de omstandigheid dat de mensenhandel in vereniging is gepleegd – acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. In het middel wordt echter ook naar voren gebracht dat een gedeelte van het door [aangeefster 1] verdiende en afgestane geld heeft bestaan uit aan haar gedane
giralebetalingen. Blijkens het bestreden arrest zou het daarbij gaan om een totaalbedrag van € 1.985,00. Die gelden zijn – zo leid ik uit de gebezigde bewijsmiddelen in de strafzaak af – deels door de medebetrokkene opgenomen en in de kluis gelegd, maar deels ook overgemaakt naar de bankrekening van de medebetrokkene. Het bestreden arrest houdt niets in waaruit kan worden afgeleid dat de betrokkene ook over dit girale deel van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft kunnen beschikken. Met de steller van het middel acht ik het oordeel van het hof dat het
gehelewederrechtelijk verkregen voordeel, dus óók de aan [aangeefster 1] gedane girale betalingen, als gemeenschappelijk voordeel kan worden aangemerkt, waarover zowel de betrokkene als medebetrokkene hebben kunnen beschikken, niet toereikend gemotiveerd. In zoverre slaagt het middel. De rest van het middel behoeft om die reden geen bespreking meer.