Conclusie
Nummer 24/02645
Inleiding
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen”;
wederspannigheid”;
diefstal” en
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels”
Het eerste middel
De bespreking van het middel
2,5 gram heroïne en 0,6 gram cocaïne, (v) de diefstal van een pinpas en (vi) de diefstal van een grote hoeveelheid geld met gebruik van die pinpas.
Het tweede middel
De oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
Het hof:
De bespreking van het middel
klaarblijkelijk onvoldoende belang” in de zin van artikel 80a lid 1 RO kan hebben bij een “
te gering financieel belang”, en liet de klacht op die grond falen. In HR 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:185, oordeelde de Hoge Raad (met verwijzing naar de uitspraak uit 2025) dat ook een bedrag rond de € 14 valt onder een “
te gering financieel belang”.
€ 10,96 heeft bepaald dat één dag gijzeling mag worden toegepast, terwijl volgens de steller van het middel helemaal geen gijzeling zou mogen worden toegepast. Op grond van artikel 6:4:20 lid 3 Sv Pro mag het Openbaar Ministerie het dwangmiddel gijzeling niet inzetten als de veroordeelde aannemelijk maakt dat hij buiten staat is te voldoen aan zijn betalingsverplichting op grond van een hem opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Gijzeling kan, met andere woorden, slechts worden toegepast wanneer de veroordeelde – die bijna € 11 – niet
wilbetalen. [6] Zo bezien gaat in wezen slechts een financieel belang schuil achter de klacht over de duur van de gijzeling. Dat financiële belang is te gering. Daarom faalt het middel.