Conclusie
1.Inleiding
Middel 2in het principale beroep in cassatie betoogt dat de maatstaf van heffing wordt gevormd door enkel de opslag uitvoeringskosten, en niet door de gehele premie.
middelin het incidentele beroep in cassatie bestrijdt het oordeel dat geen sprake is van de voorafgaande betaling van een premie.
middel 1van het principale beroep in cassatie faalt omdat (a) het overnemen van het (volledige) risico als zodanig geen onderdeel vormt van het begrip ‘handeling ter zake van verzekering’; het gaat om de verbintenis tot het verlenen van een dienst bij het intreden van het
verzekerderisico en (b) de door het middel voorgestane rechtsregel geen steun vindt in de jurisprudentie van het Hof van Justitie (4.1).
middelin het incidentele beroep in cassatie. Naar mijn mening is niet buiten redelijke twijfel of het element ‘voorafgaande betaling van een premie’ aanwezig kan zijn in een situatie als de onderhavige, waarin er wel een verplichting tot betaling van de premie bestaat, maar de opbouw en uitkering van het pensioen als uitgangspunt niet juridisch afhankelijk mag zijn van het betalen van die premie in die zin dat het pensioenfonds kan weigeren aan die verplichtingen te voldoen indien geen premie is betaald. Gezien voornoemde twijfel geef ik de Hoge Raad in overweging een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie voor te leggen (4.3).
middel 2in het principale beroep hangt af van de vraag of de verzekeringsvrijstelling van toepassing is. Indien deze van toepassing is, kan het middel hoe dan ook niet tot cassatie leiden, omdat ook de ‘opslag uitvoeringskosten’ tot de vergoeding voor een vrijgestelde dienst behoort. Indien de verzekeringsvrijstelling niet van toepassing is, dient het middel mijns inziens ongegrond te worden verklaard. Anders dan het middel betoogt, kan belanghebbende wel vrij beschikken over de gehele premie en wordt de maatstaf van heffing door deze gehele premie gevormd (4.4-4.6).
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
Glawe [5] ,
Metropol Spielstätten [6] en
International Bingo Technology [7] aan de orde was, kan in deze bepalingen ook geen verplichting worden gelezen voor een pensioenfonds om een bepaald gedeelte van de premie te bestemmen voor het doen van uitkeringen en beleggingen.
PPG Holdings [9] leidt niet tot een ander oordeel, omdat sprake is van een andere situatie. Belanghebbende heeft immers de kosten van een dienstverlener zelf voor haar rekening genomen, en het is de vraag of zij zelf recht op aftrek heeft. Het beginsel van fiscale neutraliteit leidt niet tot een andere uitkomst, omdat dit beginsel een uitleggingsbeginsel is, dat er niet toe kan leiden dat een aftrekrecht wordt gecreëerd waar het niet bestaat.
3.Het geding in cassatie
Principaal beroep in cassatie
CPP [12] – het verschaffen van een dergelijke dekking door een niet-verzekeraar zoals belanghebbende slechts worden aangemerkt als een ‘handeling ter zake van verzekering’ als belanghebbende een overeenkomst met een verzekeraar heeft gesloten waaronder die verzekeraar dat risico op zich neemt. Dat laatste is niet het geval.
middel. Het middel bestrijdt het oordeel dat bij de categorie deelnemer-werknemer geen sprake is van de voorafgaande betaling van een premie. Uit de afspraken tussen partijen en uit de Pensioenwet (oud) volgt dat de premie een integraal onderdeel vormt van de contractuele structuur en de financiering van de uitkeringsverplichting. De juridische structuur — met daarin de vooraf overeengekomen betaling van de pensioenpremie door de werkgever namens de deelnemer-werknemer – is leidend, niet de feitelijke betaling in een individueel geval. Het Hof kent voor de duiding van de prestatie ten onrechte gewicht toe aan het feit dat een deelnemer ook recht op een uitkering kan hebben in het uitzonderlijke geval de werkgever niet daadwerkelijk de verschuldigde pensioenpremie betaalt. Het oordeel is niet in lijn met het gebruikelijke uitgangspunt dat de contractuele verschuldigdheid van de vergoeding de verschuldigdheid van btw bepaalt. Volgens het middel tast het incidentele niet-betalen van een premie met instandhouding van de verplichting tot uitkering niet het karakter van de overeenkomst als een handeling ter zake van verzekering aan.
4.Beoordeling van de middelen
Middel 1 van het principale beroep in cassatie
verzekerde(door contractspartijen afgebakende) risico een dienst moet worden verleend. Dat is het geval. Voortbordurend daarop concludeer ik dat voor toepassing van de vrijstelling niet relevant is of belanghebbende of de deelnemers het beleggingsrisico dragen. Echter, zou dat wel relevant zijn, dan ligt dat risico bij belanghebbende en niet bij de deelnemers. Het betoog van het middel dat, indien de dienst wordt verricht door een ondernemer die geen verzekeraar in formele zin is, voor toepassing van de vrijstelling gebruik moet worden gemaakt van de diensten van zo’n verzekeraar, vindt geen steun in de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Het middel faalt.
Glawe [14] ,
Metropol Spielstätten [15] en
International Bingo Technology [16] gestoelde betoog worden gevolgd dat belanghebbende niet anderszins vrijelijk over de gehele premie kan beschikken. De door het middel aangehaalde (toelichting bij) artikelen uit de Pensioenwet (oud) ondersteunen niet het standpunt dat sprake is van een strikte segmentatie van de kostendekkende premie in die zin dat het deel dat berekend is voor de aangroei van pensioen ook niet kan worden gebruikt voor (bijvoorbeeld) dekking van de uitvoeringskosten voor zover deze niet uit de opslag kunnen worden bekostigd. Ik heb daar ook geen ander aanknopingspunt voor kunnen vinden.