Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
Vordering van de benadeelde partij [A]
Vordering van €301.262,--
.”
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor oplichting, medeplegen van gewoontewitwassen, valsheid in geschrift, computervredebreuk en bedreiging, met een gevangenisstraf van 1376 dagen waarvan 720 voorwaardelijk. De zaak betrof onder meer het vervalsen van e-mailadressen en facturen om bedrijven [A] en [B] te misleiden en een bedrag van $626.762,00 te verkrijgen.
In cassatie klaagde de verdachte over de toepassing van art. 139d Sr, maar dit middel faalde omdat het hof het juiste lid had toegepast. Wel werd het middel over de hoogte van de toegewezen schadevergoeding van benadeelde partij [A] gegrond verklaard, omdat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom een bedrag van €115.539,88, dat door banken was teruggeboekt aan [A], niet in mindering was gebracht.
De procureur-generaal adviseerde tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest, strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn en terugwijzing van de zaak voor hernieuwde beoordeling van de vordering van [A]. De rest van het beroep werd verworpen. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest voor zover het de straf, de vordering van [A] en de schadevergoedingsmaatregel betreft, met terugwijzing naar het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt deels het arrest, vermindert de straf wegens termijnoverschrijding en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de schadevordering.