Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
3.Het verzoek van de verdediging
Mishandeling
4.De bewijsvoering door het hof
1. Het proces-verbaal van aangifte (pagina 1 tot en met 4 van het politiedossier), voor zover inhoudende als verklaring van [aangever] :
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor mishandeling en vernieling, waarbij het hof het verzoek van de verdediging om twee belastende getuigen te horen afwees wegens gebrek aan noodzaak en late indiening van het verzoek.
De verdediging betwistte de bewezenverklaring van mishandeling en wilde de getuigen nader ondervragen over hun verklaringen, die deels onduidelijk waren en niet expliciet een klap bevestigden. Het hof vond het verzoek niet noodzakelijk en in strijd met de procesorde, mede omdat het verzoek pas laat werd gedaan.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad oordeelt dat het belang bij het horen van belastende getuigen moet worden voorondersteld en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek manifest irrelevant of overbodig zou zijn. Ook is onvoldoende onderzocht of het proces als geheel eerlijk is verlopen conform art. 6 EVRM Pro.
Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe behandeling, waarbij het horen van de getuigen opnieuw kan worden overwogen. Tevens is de redelijke termijn overschreden, maar gezien de taakstraf wordt volstaan met constatering daarvan.
Uitkomst: Arrest hof vernietigd en zaak terugverwezen wegens onjuiste afwijzing van het voorwaardelijk verzoek tot horen van belastende getuigen.