ECLI:NL:PHR:2025:154

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
3 februari 2025
Zaaknummer
23/01748
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens teruggave beslag op auto

De klager had bij de rechtbank Gelderland een klaagschrift ingediend tegen het beslag op zijn personenauto, een Volkswagen Pheaton, dat was gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift op 13 april 2023 ongegrond. Hiertegen stelde de klager cassatie in met drie middelen.

Voordat de inhoudelijke behandeling van de middelen plaatsvond, onderzocht de Procureur-Generaal de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Uit navraag bij het openbaar ministerie bleek dat de strafrechter op 23 januari 2025 een vonnis had gewezen waarin het beslag op de auto werd opgeheven en de auto aan de klager werd teruggegeven.

Hierdoor had de klager geen belang meer bij het cassatieberoep tegen de beschikking die het klaagschrift ongegrond verklaarde. De Hoge Raad concludeerde daarom dat de klager niet-ontvankelijk was in zijn cassatieberoep en stelde dit vast in zijn conclusie van 11 februari 2025.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens teruggave van het beslag op de auto.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/01748 B
Zitting11 februari 2025
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de klager

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen heeft bij beschikking van 13 april 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klager, strekkende tot opheffing van het beslag op een auto en teruggave daarvan aan de klager, ongegrond verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en M. van Viegen, advocaat in Utrecht, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
1.3
Voordat ik toekom aan de bespreking van het middel, besteed ik aandacht aan de vraag of klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

2.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
Op 11 december 2022 is onder de klager een personenauto (Volkswagen Pheaton met kenteken [kenteken 1]) in beslag genomen op grond van art. 94 Sv Pro.
2.2
Op 19 januari 2023 heeft de klager een klaagschrift ingediend, waarin hij verzoekt om opheffing van het beslag en teruggave van de auto.
2.3
Het klaagschrift is behandeld in openbare raadkamer op 30 maart 2023. Bij beschikking van 13 april 2023 heeft de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaard.
2.4
Uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij het openbaar ministerie is gebleken dat de strafrechter in de zaak waarin het beslag is gelegd inmiddels op 23 januari 2025 vonnis heeft gewezen. In dit vonnis is beslist op het beslag en is teruggave gelast van de auto aan de klager.
2.5
Deze beslissing omtrent het beslag brengt met zich dat de klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarin zijn beklag ongegrond is verklaard en dat hij daarom in het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door de beslissing omtrent het beslag in de strafzaak kan op het bestaande klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen. [1]

3.Conclusie

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie onder meer HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2800.