ECLI:NL:PHR:2025:1278
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs zwaar lichamelijk letsel bij mishandeling
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bevestigde het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel, namelijk een kaakfractuur. De verdachte kreeg een voorwaardelijke taakstraf opgelegd. Namens de verdachte werd cassatie ingesteld met drie middelen, waarvan het eerste middel klaagde dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel.
De Hoge Raad analyseerde de bewijsmiddelen, waaronder het proces-verbaal van aangifte, medische informatie en verklaringen van verbalisanten en verdachte. Uit het medische rapport bleek dat er sprake was van een uitgebreide onderkaakreconstructie met schouderbot, maar dat geen blijvend letsel was vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd ten aanzien van het zwaar lichamelijk letsel.
Omdat het eerste middel slaagt, vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling. De overige middelen behoeven geen bespreking. Tevens merkt de Hoge Raad op dat de redelijke termijn is overschreden, wat bij de hernieuwde behandeling aan de orde kan komen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende onderbouwing van zwaar lichamelijk letsel.