Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De zaak
Verschillende keren is de verdachte door de [getuige] naar verkopers gebracht. De verdachte heeft geprobeerd de verklaringsvrijheid van deze getuige te beïnvloeden door middel van handgeschreven brieven en tijdschriftartikelen. De strekking hiervan was dat deze getuige zijn eerdere verklaring moest intrekken, zich op zijn zwijgrecht moest beroepen en/of een valse bekentenis diende af te leggen. De verdachte is in het verleden ook in Duitsland veroordeeld voor autodiefstallen met eenzelfde modus operandi (waarbij ook is vastgesteld dat getuigen tevergeefs valse verklaringen hadden afgelegd).
stillsvan) videobeelden van een bewakingscamera en een schakelbewijsconstructie.
3.De bewezenverklaring en de bewijsvoering
in de zaak met parketnummer 03-700025-18:
het hof begrijpt: kalend met kort grijs haar).
4.Vooropstellingen van algemene aard
dient te worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering.”
5.Het eerste middel
doordathet hof het verweer namens [de verdachte], inhoudende dat de camerabeelden niet voor het bewijs gebezigd konden worden, heeft verworpen, en/of
doordathet bewezenverklaarde, te weten onder feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5 in de zaak met parketnummer 03-700025-18 en onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 in de zaak met parketnummer 03-700257-18, niet uit de gehanteerde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, in het bijzonder de visuele en auditieve herkenningen van [de verdachte] als de dader blijken niet uit de gebezigde bewijsmiddelen, en/of
doordathet bewezenverklaarde, onder de hierboven genoemde feiten, niet uit de gehanteerde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, in het bijzonder de vaststelling dat de signalementen die de aangevers hebben opgegeven passen bij het daderschap van [de verdachte], zodat de bewezenverklaring niet naar de eis van de wet met redenen is omkleed, althans het hof het oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd althans die motivering onbegrijpelijk is.” Volgens de steller van het middel valt het middel uiteen in drie deelklachten.
soortgelijkejas en schoenen nog niet zonder meer meebrengen dat sprake is van
dezelfdejas en schoenen, waarbij het hof zou hebben miskend “dat veel mensen beschikken over een donkerblauwe jas en schoenen met ‘witte zolen’”.
forse/dikkedader en de andere helft over een
slanke/mageredader. Ook met betrekking tot lichaamslengte zouden de verklaringen uiteenlopen.
6.Het tweede middel
Bewijswaarde van de herkenningen
welvoldoende kan zijn voor de identificatie van een verdachte als dader van een feit.
Randnummer 7:
Bewijsmiddelen ten aanzien van de persoon op de camerabeelden in de Arriva-bus’en ‘B 1.2
Conclusie met betrekking tot de persoon op de camerabeelden in de Arriva-bus’ (hiervoor opgenomen in randnr. 3.4). Voor het overige wil ik in herinnering brengen dat het hof vrij is in de selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal, zoals in algemene zin vooropgesteld in randnr. 4.1. Het oordeel van het hof acht ik niet onbegrijpelijk en is – zonder art. 359 lid 2 Sv Pro te doorkruisen – naar de eis der wet met redenen omkleed.
7.Het derde middel
resultaatdat de verdachte is veroordeeld voor een autodiefstal, gepleegd met een werkwijze die overeenkomt met de onderhavige ten laste gelegde (en bewezen verklaarde) gevallen, en waarbij door verschillende getuigen rondom de verdachte verklaringen zijn afgelegd die door de Duitse rechter niet als ontlastend werden aangemerkt.
8.Het vierde middel
NJ1934, p. 402) is geoordeeld dat het met een veldwachter op de treeplank van een auto rijden naar een politiebureau kan culmineren in een mishandeling (waardoor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen) op het moment dat die bestuurder zich van de veldwachter wil ontdoen door onverwachts met een scherpe bocht naar rechts die veldwachter van de treeplank te slingeren, waardoor deze een schedelbasisfractuur met een interne bloeding oploopt. Uit deze klassieke jurisprudentie valt op te maken dat de keuze van het slachtoffer om de auto vast te pakken, niet in de weg staat aan het bewezen verklaren van (opzet op) het ‘gronddelict’ (bij de veldwachter de mishandeling en in de onderhavige zaak de diefstal met geweld).
9.Het vijfde middel
10.Het zesde middel
11.Het zevende middel
C.10.1Bewijsmiddelen beïnvloeding verklaringsvrijheid van [getuige] (zaak met parketnummer 03-866027-19)” de bewijsmiddelen besproken die het hof ten grondslag heeft gelegd aan zijn oordeel dat de verdachte de verklaringsvrijheid van de [getuige] heeft beïnvloed. De processen-verbaal van de verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 1] maken deel uit van die uiteenzetting. Ik zie niet in waarom het hof die processen-verbaal niet voor het bewijs zou kunnen gebruiken. Waar het om gaat is dat bewijsmateriaal in significante mate steun geeft aan de ene dan wel aan de andere hypothese met betrekking tot de totstandkoming van het in ogenschouw genomen bewijsmateriaal, met inbegrip van de mogelijkheid dat bewijsmateriaal de ene of de andere hypothese ondergraaft of zelfs weerlegt. De enkele omstandigheid dat de processen-verbaal een alternatieve mogelijkheid – in casu: iemand anders dan de verdachte heeft de brieven geschreven en gestuurd – openlaat, behoeft de rechter er niet van te weerhouden de processen-verbaal bij de bewijsvoering te betrekken. De vraag naar een mogelijkheid, moet immers steeds worden gevolgd door de vraag naar de (on)waarschijnlijkheid daarvan. Alleen dat laatste is voor de bewijsvraag leidend. Die waarschijnlijkheden moeten in de weging van alle aanwijzingen worden betrokken. In principe is namelijk ieder bewijsmiddel probabilistisch van aard. Bewijsmateriaal laat altijd in bepaalde mate een alternatieve mogelijkheid open.
C.10.2Beïnvloeden van de verklaringsvrijheid van [getuige] wettig en overtuigend bewezen (zaak met parketnummer 03-866027-19)nadrukkelijk heeft overwogen dat het bewijs in onderling verband en onderlinge samenhang moet worden bezien, is mede op basis van de genoemde processen-verbaal niet onbegrijpelijk tot het oordeel gekomen dat het de verdachte is geweest die de brieven heeft geschreven. Dat oordeel is ook naar de eis der wet met redenen omkleed. Tot een nadere motivering was het hof, gelet op het voorgaande, niet gehouden.