ECLI:NL:PHR:2024:891
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing ontnemingsvordering wegens niet-ontvankelijkheid OM
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze beslissing was gebaseerd op het feit dat het OM in de samenhangende strafzaak niet-ontvankelijk was verklaard in de vervolging van de tenlastegelegde feiten.
Het Openbaar Ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad is dat het middel slaagt, mits de Hoge Raad ook het arrest in de strafzaak vernietigt. Dit is relevant omdat het ontbreken van een veroordeling in de strafzaak de ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering verhindert.
De Hoge Raad volgt de conclusie dat de niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de ontnemingsvordering op onjuiste gronden berust en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Ambtshalve zijn geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, waarbij de ontvankelijkheid van het OM in de ontnemingsvordering afhankelijk is van de uitkomst van de strafzaak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.