ECLI:NL:HR:2013:BX4536
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest Hof inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel en wijst zaak terug
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 maart 2010 vernietigd. Het Hof had de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen omdat de verdachte in de hoofdzaak was vrijgesproken van het tenlastegelegde strafbare feit. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof waarop de vrijspraak was gebaseerd onvoldoende met redenen was omkleed, waardoor de grondslag voor de beslissing tot afwijzing van de ontnemingsvordering is komen te vervallen.
Het middel tot cassatie klaagde dat de afwijzing van de vordering tot ontneming berustte op onjuiste gronden. Dit middel was afhankelijk gesteld van de vernietiging van het arrest in de hoofdzaak, welke door de Hoge Raad bij een ander arrest is gerealiseerd. Hierdoor was de voorwaarde voor het middel vervuld en werd het middel gegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag om de ontnemingsvordering op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. Hiermee wordt de procedure voortgezet, waarbij het Hof de motivering van de vrijspraak opnieuw moet beoordelen en de ontnemingsvordering op juiste gronden moet behandelen.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren de Hullu, Splinter-van Kan, Groos en Buruma, waarbij Buruma niet heeft ondertekend wegens afwezigheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van de ontnemingsvordering.