AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot doodslag met schakelbewijsconstructie
De zaak betreft twee steekincidenten in Eindhoven in januari en maart 2021, waarbij verdachte twee vrouwen probeerde te doden met een scherp voorwerp. De rechtbank Oost-Brabant veroordeelde verdachte tot twaalf jaar gevangenisstraf en een gedragsbeïnvloedende maatregel. Het hof ’s-Hertogenbosch bevestigde de bewezenverklaring, maar wijzigde de strafoplegging.
De bewezenverklaring steunt op getuigenverklaringen, medische rapporten, camerabeelden, forensisch onderzoek waaronder DNA-sporen op kleding van verdachte, en een fietspatroonanalyse. De verdachte werd herkend op beelden, en zijn fiets vertoonde specifieke kenmerken die overeenkwamen met de vluchtfiets.
De verdediging voerde in cassatie aan dat de schakelbewijsconstructie onterecht was toegepast en dat verschillen in modus operandi en omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De Hoge Raad concludeerde echter dat de schakelbewijsconstructie begrijpelijk en voldoende onderbouwd was in het licht van de gehele bewijsvoering.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde de bewezenverklaring en daarmee de veroordeling van verdachte voor poging tot doodslag. De straf en maatregel werden door het hof vastgesteld en zijn niet in cassatie bestreden.
Deze uitspraak onderstreept het belang van een gedegen bewijsopbouw met diverse bewijsmiddelen en de rechtmatigheid van het gebruik van schakelbewijs bij samenhangende strafbare feiten.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot doodslag en verwerpt cassatieberoep.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/03107
Zitting3 september 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte
Inleiding
1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 31 juli 2023 het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 23 februari 2022 – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – vernietigd, doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf en opnieuw rechtdoende de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 SrPro. Tevens heeft het hof aan de verdachte de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (ex artikel 38z Sr) opgelegd. Ook heeft het hof beslissingen genomen met betrekking tot in beslag genomen goederen, vorderingen van benadeelde partijen en de vordering strekkende tot tenuitvoerlegging van een eerder bij vonnis opgelegde voorwaardelijke taakstraf, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
Het hof heeft het genoemde vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, (met verbetering van een misslag in de tenlastelegging en met aanvulling van gronden) voor het overige bevestigd. De rechtbank had de verdachte veroordeeld wegens " poging tot doodslag" (gevoegde strafzaak met parketnummer 01/067352-21) en “ poging tot doodslag” (gevoegde strafzaak met parketnummer 01/320930-21).
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. P.G. Grijpstra, advocaat in Breda, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de bewezenverklaring (van het onder parketnummer 01/320930-21 primair ten laste gelegde), in het bijzonder tegen de gehanteerde schakelbewijsconstructie.
De bewijsconstructie
4. Het hof heeft, als gezegd, het vonnis van de rechtbank, behoudens de sanctieoplegging, bevestigd. Ten laste van de verdachte is door de rechtbank het volgende bewezen verklaard:
“ t.a.v. parketnummer 01/067352-21
op 8 maart 2021 te Eindhoven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet, met een scherp voorwerp, die [slachtoffer 1] krachtig in de onderrug (dorsale zijde rechterflank), heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
t.a.v. parketnummer 01/320930-21
op 7 januari 2021 te Eindhoven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet, meermalen, met een scherp voorwerp, die [slachtoffer 2] krachtig in het gezicht en tegen het hoofd heeft gestoken en/of gesneden en een stekende en/of snijdende beweging heeft gemaakt in de richting/nabij de borst(streek)/romp van die [slachtoffer 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.”
5. De bewezenverklaring van de rechtbank steunt op de volgende, in de bewijsbijlage bij het vonnis opgenomen bewijsmiddelen:
“Ten aanzien van parketnummer 01/067352-21
Het proces-verbaal van aangifte inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] op 9 maart 2021 afgelegd [pag. 324 t/m 333]:
[pag. 325] U vraagt mij te vertellen wat mij gister is overkomen. Ik vertrok iets na 16:00 uur van huis. Ik kwam bij de Marterstraat en toen was ik bijna bij de Boschdijk. Daar voelde ik opeens rechtsonder op mijn rug, alsof er ineens vanaf grote afstand en met kracht een zware bal, zwaarder dan een voetbal, maar wel het formaat daarvan, tegen mijn rug aan werd gegooid. Het voelde heel zwaar en deed ook heel pijn.
Direct daarna keek ik achterom en ik zag een man wegrennen. Hij had een donker getinte huidskleur, niet zwart maar wel donker. Hij had een donkere jas aan. Ook had hij een donkere broek aan. Hij rende weg.
[pag. 326] Het was op dat moment niet druk op de Marterstraat. Er was niemand, ik dacht dat ik daar alleen was.
[pag. 327-329] Ik draaide mij direct om toen ik iets hard op mijn rug voelde. Ik zag een man wegrennen, met donkere kleding. Hij had een rond achtig gezicht. Ronder dan de meeste. Hij was donker. Niet het aller donkerste wat er is, maar wel donker. Ik denk ook dat hij kleiner was dan ik. Ik ben 1,84 m. Hij had donker haar. Hij rende hard weg, dezelfde kant op als waar ik vandaan kwam. Dus terug de Marterstraat in. Ik denk dat hij rond 40/50 jaar oud was. Zijn postuur was normaal. Niets opvallends, geen kleerkast ofzo, ook niet extreem dun. Toen ik mij omdraaide zag ik geen andere mensen. Alleen hij, hij was alleen.
Een ander geschrift bevattende medische informatie betreffende [slachtoffer 1] d.d. 9 maart 2021, opgemaakt door de arts [betrokkene 1]:
Steekverwonding rechterzijde rug, thv middenrug. Wond is +/- 5 cm, actief bloedend. Aan kleding etc. te zien ruim bloedverlies. Vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel en inwendig bloedverlies.
Een ander geschrift bevattende medische informatie betreffende [slachtoffer 1] d.d. 17 maart 2021, opgemaakt door [betrokkene 2], chirurg-oncoloog:
[slachtoffer 1] was opgenomen van 8 maart 2021 tot en met 11 maart 2021 op de afdeling Chirurgie van het Catharina Ziekenhuis.
Conclusie
Steek verwonding dorsale zijde rechterflank waarbij een psoashematoom, geen vitale structuren geraakt.
CT Thorax/Abdomen trauma - 08-03-2021
Steek verwonding vanaf rechts dorsaal waarbij bloed t.h.v. de psoas musculatuur, retro peritoneaal en peri renaal onderpool rechts waarbij bloed zichtbaar ook t.h.v. de vena cava inferior en pars horizontalis van het duodenum.
Een ander geschrift bevattende medische informatie betreffende [slachtoffer 1] d.d. 17 maart 2021, opgemaakt door [betrokkene 3], SEH-arts KNMG:
Rechterflank aan dorsale zijde steekverwonding van 5 cm, actief bloedend. Geschat bloedverlies 1L.
Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 1] [pag. 384 t/m 389]:
[pag. 384] In de directe omgeving van de plaats delict, zijnde T-kruising Marterstraat - Boschdijk te Eindhoven, werd een buurtonderzoek ingesteld. Tijdens dit onderzoek werden bij diverse woningen camerabeelden veiliggesteld. Uit twee cameraposities werden de camerabeelden vervolgens uitgekeken.
Op deze screenshot is de aangeefster / [slachtoffer 1] te zien. Aangeefster liep op de Mathys de Layenslaan te Eindhoven, joggende in de richting Marterstraat. Datum / tijdstip beelden 03-08-2021[bedoeld is: 08-03-2021, D.A.] te 16.11:18 uur.
Screenshot 2:
Te 16.11:59: uur kwam er vervolgens een manspersoon in beeld gefietst, rijdende in de richting Martersrtraat.
Screenshot 3: de manspersoon op de oma-fiets, uitvergroot.
Dit betreft een manspersoon, donker - getint, gewatteerde blauwe jas en blauwe broek. Deze man droeg een lichtkleurig mondkapje en een donkerkleurige pet. De man droeg de pet met de klep naar achteren (achterste voren). De man fietste op een zwarte oma-fiets met pakkendrager. Aan deze pakkendrager hing aan de rechterkant een donkerkleurige fietstas.
16.12:05 uur:
De man fietste bij de T-kruising met de Van Poppelstraat rechtdoor, over de Mathys de Layenslaan nog steeds in de richting van de Marterstraat.
[pag. 386-389]Camerabeelden (screen-shots) [woning 2] te Eindhoven:
Op de camerabeelden van de [woning 2] te Eindhoven was onder andere, het begin van de Marterstraat te zien, gezien vanuit de Mathys de Layenslaan.
16.12:24 uur:
Op 03-08-2021[bedoeld wordt: 08-03-2021, D.A.] te 16.12:24 uur kwam de aangeefster [slachtoffer 1] links in beeld. Aangeefster jogde vervolgens linksaf, de Marterstraat in, in de richting van de Boschdijk.
16.12:32 uur:
Op 08-03-2021 te 16.12:32 uur kwam de man op de oma-fiets, die op 08-03-2021 te 16.11:59 de camera passeerde van de [woning 1], van links in beeld gefietst. Ik herkende de man op de oma-fiets als zijnde de hiervoor reeds beschreven man op de zwarte oma-fiets. Op de bewegende beelden was onder andere de fietstas en de pet goed waarneembaar.
16.12:33 uur: Man gooit fiets in hoek en rent Marterstraat in:
Te 16.12:33 uur was op de bewegende beelden goed te zien dat de man op de oma-fiets de bocht naar de Marterstraat te ruim nam. Vervolgens zag ik dat de man op de oma-fiets een "hoek" in fietste en aldaar zijn fiets neergooide. Ik zag dat de man vervolgens de Marterstraat in rende / liep en direct uit beeld was. Verder waren er geen personen te zien rondom dit tijdstip in de directe nabijheid van de Marterstraat.
16.13:24 uur: Man komt terug en fietst weg:
Te 16.13:24 uur zag ik op de bewegende beelden dat een persoon uit de richting Boschdijk kwam gelopen, de oma-fiets oppakte en te 16.13:27 uur wegfietste op de Mathys de Layenslaan in de richting Menno de Coehoornlaan.
Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 2] [pag. 401 t/m 402]:
Op dinsdag 16 maart 2021 werd door het onderzoeksteam aan mij gevraagd of ik de camerabeelden wilde bekijken welke zij gedurende het onderzoek veilig gesteld hadden. Vervolgens bekeek ik een video met de bestandsnaam VID-20210308-[…].mp4. Door de donkere contouren welk ik zag lijkt het alsof de man zijn fiets bij het hoekhuis achter laat en linksaf de Marterstraat in gaat en om 16:12:44 uur uit beeld verdwijnt. Ik zag dat de donkere contouren van de fiets zichtbaar blijven maar er geen beweging meer is rondom de fiets.
- Er om 16:12:56 uur een vrouw hard gilt. Ik zette een koptelefoon op en hoorde dat er op dit tijdstip een vrouw hard "au" schreeuwt en dit meerdere malen herhaalt.
- Er om 16:13:22 weer beweging komt rondom de contouren van de fiets.
Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 3] [pag. 390 t/m 397]:
[pag. 390] In onderzoek Cambridge werden diverse camerabeelden veiliggesteld ten behoeve van het onderzoek. De camerabeelden in dit proces-verbaal betreffen de camerabeelden van de vluchtroute van de verdachte. De camerabeelden worden beschreven in de volgorde waarop verdachte in beeld verschijnt.
[pag. 391][camera 1] Eindhoven met 2 cameraposities
Ik zag dat dit adres vier camera’s had. De datum en tijd komen overeen met de daadwerkelijke datum en tijd. Ik zag dat de camera van Chanel 3 zicht had op de Barrierweg. Ik zag om 16:14:13 uur een fietser uit een zijstraat, zijnde de Barth van Bassenstraat, van de Barrieweg fietsen. Ik zag dat deze fietser linksaf de Barrierweg op fietste. Ik zag dat de fietser vanuit de zijstraat voorbij de camera fietst in de richting van de kruising met de Boschdijk. De fietser komt hierdoor dichter bij de camera en verschijnt beter in beeld.
[pag. 392][camera 2] Eindhoven
Ik zag dat de datum overeenkwam met de daadwerkelijke datum. Tijdens het veiligstellen van de camerabeelden bleek dat er een tijdsverschil van 15 à 20 minuten bestond met de daadwerkelijke tijd. (...) Dit zou betekenen dat het tijdsverschil van de camerabeelden van dit adres zeventien (17) minuten achter loopt op de daadwerkelijke tijd.
Om 15:57:30 uur zag ik dat de verdachte op de fiets in beeld verschijnt. De verdachte komt uit de richting van de Barth van Bassenstraat. Ik zag dat de verdachte op een stevig tempo fietste. Ik zag dat hij sneller fietste dan de fietser welke voor hem de kruising overstak. Ik zag dat de verdachte de kruising Barrierweg met de Boschdijk overstak. Ik zag dat de verdachte door het rode verkeerslicht fietste en dat hij een uitwijkende beweging naar rechts maakte op het moment dat hij de kruisig oversteekt. De verdachte gaat rechtdoor over de kruising en fietst in de richting van het Minckelersplein waar hij zijn weg vervolgt.
[pag. 394-395][camera 3] Eindhoven
Ik zag dat de datum overeenkwam met de daadwerkelijke datum. Het tijdstip op de camerabeelden loopt één uur voor op de daadwerkelijk tijd. Ik bekeek de veiliggestelde camerabeelden en ik zag dat de camera zicht had op het Minckelersplein. Omstreeks 17:14:46 uur zag ik dat de fietser over het Minckelersplein fietste, komende van de kruising Minckelersplein / Boschdijk / Barrierweg. Ik zag dat de fietser vervolgens linksaf sloeg en zijn weg vervolgende over het Minckelersplein.
Ik herken de fietser genoemd in dit proces-verbaal van bevindingen als dezelfde fletser op de camerabeelden van adres 1 en 2 beschreven in proces-verbaal van bevindingen met nummer 8.
Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 4] [pag. 406 t/m 410]:
[pag. 408] Ik bekeek de camerabeelden van de [woning 2] te Eindhoven. Uit onderzoek is gebleken dat de straat waar de camera op gericht is, de Mathys de Layenslaan betreft. De zijstraat, haaks op de Mathys de Layenslaan. betreft de Marterstraat waar het strafbare feit uiteindelijk plaats vond.
De camerabeelden vermelden de datum 08-03-2021 en het tijdstip 15:20:15 uur. Ik speelde deze camerabeelden af en zag hierop dat:
- Er om 15:20:15 uur uit de Marterstraat te Eindhoven een persoon op de fiets, de straat uitkomt, komende uit de richting van de Boschdijk te Eindhoven.
- De fiets een verchroomd stuur en een gesloten kettingkast had.
- De persoon traag vooruit kwam, zijn knieën hoog optrok tijdens het trappen, en de persoon donkerkleurige kleding droeg.
- De persoon op de fiets rechtsaf de Mathys de Layenslaan op ging en om 15:20:21 uur in de richting van de Frankrijkstraat uit beeld verdwijnt.
[pag. 409] Ik bekeek de camerabeelden van de [woning 1] te Eindhoven. Uit onderzoek is gebleken dat de straat waar de camera op gericht is, de Mathys de Layenslaan betreft. De zijstraat, haaks op de Mathys de Layenslaan, betreft de van Poppelstraat. De camerabeelden vermelden de datum 08-03-2021 en het tijdstip 15:21:00 uur. Ik speelde deze camerabeelden af en zag hierop dat:
- Er om 15:21:01 een manspersoon op een fiets in beeld kwam.
- De persoon uit de richting van de Marterstraat komt gefietst.
- De persoon in de richting van de Frankrijkstraat fietst.
Ik herken de persoon als verdachte van de steekpartij op de Marterstraat te Eindhoven op 08-03-2021 omstreeks 16:10. Ik herken de verdachte aan zijn kleding, zijn fiets en zijn trage manier van fietsen waarbij hij een onderuitgezakte houding heeft, zijn knieën hoog optrekt tijdens het trappen en veelal slingerend weggedrag vertoont.
Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de verbalisanten [verbalisant 5], [verbalisant 6] en [verbalisant 7] of één van hen [pag. 602 t/m 606]:
[pag. 602] In verband met een onderzoek naar een vermoedelijke poging tot doodslag/moord te Eindhoven werd op verzoek van de Eenheid Oost-Brabant op 19 maart 2021 door ons een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager.
Sporendrager
Goednummer : PL2100-2021051357-1782396
SIN : AALX5715NL
Object : Kleding (Broek)
Bijzonderheden : Spijkerbroek van verdachte ten tijde van aanhouding ibn
[pag. 603 ] Wij hebben de gehele broek
- visueel onderzocht;
- met behulp van wit licht visueel onderzocht;
- met behulp van forensisch licht visueel onderzocht.
Wij zagen op de voorzijde van de buitenzijde van de broek twee op bloed gelijkende sporen, ter hoogte van het linker onderbeen (hierna spoor #01 genoemd) en het linker bovenbeen (hierna spoor #02 genoemd). Wij hebben spoor B, ter hoogte van het linker onderbeen, onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Met behulp van een TB-test is een indicatie voor de aanwezigheid van bloed verkregen.
Een deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 12 mei 2021, nummer 2021.03.10.071 (aanvragen 002, 003 en 004), opgemaakt door ing. V. van Marion, [pag. 637 t/m 644]:
[pag. 638] Broek AALX5715NL van [verdachte]
De broek is door de forensische opsporing van Politie Eenheid Oost-Brabant onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Op het NFI is de broek onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn geen op bloed lijkende sporen aangetroffen, met uitzondering van het eerder aangetroffen bloedspoor aan de voorzijde van de linkerbroekspijp.
Het gemarkeerde bloedspoor aan de voorzijde van de linkerbroekspijp is uitgeknipt en als AALX5715NL#01 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek.
[pag. 639]Bloedspoor AALX5715NL#01 aan de voorzijde van de linkerbroekspijp
Van het bloed in de bemonstering is een DNA-profiel verkregen van een vrouw. Op grond van het vergelijkend DNA onderzoek is geconcludeerd dat het bloed in deze bemonstering afkomstig kan zijn van [slachtoffer 1]. Er zijn geen aanwijzingen verkregen voor de aanwezigheid van DNA van een tweede persoon in deze bemonstering. Daarom is aangenomen dat de bemonstering DNA (bloed) van één persoon bevat. Voor dergelijke DNA-profielen is vastgesteld dat wanneer het DNA-profiel van een persoon ermee overeenkomt de bewijskracht meer dan één miljard is. Daarom geldt voor de overeenkomsten met het DNA-profiel van [slachtoffer 1]:
DNA-profiel AALX5715NL#01 ismeer dan 1 miljardkeer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer 1], dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan [slachtoffer 1] verwante) persoon.
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 9 februari 2022, onder meer zakelijk weergegeven:
U laat mij een screenshot van de beelden van het Minckelersplein zien op pagina 422 van het dossier. Die foto heb ik eerder gezien. Dat ben ik.
(…)
De officier van justitie houdt mij voor dat mij bij de politie nog twee screenshots zijn laten zien. Zij laat mij een screenshot zien van de beelden van de Mathys De Layenslaan op pagina 100 van het dossier. Ik fiets daar door de straat. Ik ben dat op de foto.
Ten aanzien van parketnummer 01/320930-21
Het proces-verbaal van aangifte inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] op 8 januari 2021 afgelegd, [pag. 686 t/m 690]:
[pag. 686-687] Ik was gisteravond een rondje wandelen. Bij de T-splitsing (noot verbalisant: kruising Trompstraat - Karel Doormanlaan) zag ik hem volgens mij op zijn fiets stappen en van rechts aankomen. Toen ik aan het begin van die punt liep vroeg een man aan mij hoe hij naar Geldrop moest rijden. Ik draaide naar hem toe en ging het uitleggen. Ik weet niet wat hij toen deed maar toen ik het ging uitleggen voelde ik een hele harde klap. Toen draaide ik van hem af. Vervolgens sloeg hij op mijn hoofd. Toen ben ik gaan rennen en gillen. Ik zag aan het einde van de driehoek een man met hondjes wandelen en vroeg hem om hulp. Ik zei dat ik was geslagen. Toen de ambulance er eenmaal was, zeiden die dat het toch echt op een snee van een mes leek.
[pag. 687] De eerste klap voelde ik aan de linkerhelft van mijn gezicht. Ik heb niks zien aankomen en kwam er achteraf pas achter dat er iets met een mes of iets dergelijks was gebeurd. De eerste klap kwam uit het niks. De tweede klap voelde ik boven op mijn hoofd aan de rechter helft. Ik was toen al een beetje van hem afgedraaid. Kennelijk is er ook richting mijn borst geslagen, rechtsboven. Daar kwam ik pas in de ambulance achter. Ik ben daar niet gewond maar mijn jas was daar wel kapot, dat was duidelijk gesneden ongeveer 15 centimeter. De kras op mijn bril zal zijn ontstaan bij de eerste klap. Rondom mijn lip is het gehecht, en boven op mijn hoofd ook.
Ik hoor u vragen naar het signalement van de dader. Ik hoorde aan zijn stem dat het krom Nederlands was, als een buitenlander die Nederlands probeert te praten. Ik zou hem, de dader, omschrijven als donker. Er is me verder niets bijzonders aan zijn gezicht opgevallen. Ik denk dat de man ongeveer mijn lengte had, ik ben 1,78 meter. Hij was niet heel smal, niet overdreven breed. Hij droeg een losse muts en die was grijs/blauw, een halflange jas tot net onder de heup die was grijzig. Het was donker met lantaarnlicht dus kleuren waren niet heel duidelijk. De fiets stond volgens mij rechts achter hem toen hij bij mij stond.
Het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] op 11 januari 2021 afgelegd, [pag. 692 t/m 694]
[pag. 693] Aan de voorkant van mijn lichaam heeft hij mij, zover ik weet, niet vast gepakt. Ik heb wel die snee in mijn jas zitten aan de voorzijde, over mijn rechterborst. Ik herinner mij nu wel dat hij een echte slaande beweging met het scherpe voorwerp maakte. Die beweging herinner ik mij ten minste. Hij maakte een soort beweging zoals je met een hamer zou doen. Het was een slaande of snijdende beweging van boven naar onder. Ik heb het dan over de eerste klap in mijn gezicht. Ook kan ik mij herinneren dat hij diezelfde beweging over mijn rechterborst maakte.
Het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] op 25 januari 2021 afgelegd, [pag. 695 t/m 698]
[pag. 698] V: Kun je nog iets zeggen over de leeftijd van de verdachte?
A: Maar sowieso 30+. Niet jonger dan dat voor mijn gevoel.
Het proces-verbaal Forensisch Onderzoek inhoudende het relaas van [verbalisant 8] van 21 december 2021 (als aanvullend proces-verbaal nagezonden):
Op donderdag 7 januari 2021 vond er op de Karel Doormanstraat te Eindhoven een soortgelijk steekincident plaats. Ook hierbij werd een vrouw, de hierna volledig te noemen [slachtoffer 2], met een mes gestoken.
De jas die het [slachtoffer 2] ten tijde van het steekincident droeg werd voor nader onderzoek veiliggesteld en in beslaggenomen. De jas betreft een bruinkleurige 3/4 jas met capuchon en aan de voorzijde zilverkleurige ritsen. De jas werd ten behoeve van het verdere onderzoek voorzien van het SIN-nummer AAOZ9458NL.
Bij nader onderzoek van/aan deze jas bleek dat deze meerdere scherp randige beschadigingen vertoonde. Deze beschadigingen vertoonden de uiterlijke kenmerken als zijnde veroorzaakt met een snijvoorwerp.
De navolgende beschadigingen werden geconstateerd, gefotografeerd en opgemeten:
1. Voorzijde ter hoogte van de rechterborst, een verticale snede met een lengte van circa 18 centimeter, zie foto 4 en 5.
2. Rechterzijkant ter hoogte van de oksel, een verticale snede met een lengte van circa 6 centimeter, zie foto 7 en 8.
3. Voorzijde linkermouw ter hoogte van de linker bovenarm, een horizontale snede met een lengte van circa 7 centimeter, 9 en 10.
4. Achterzijde ter hoogte van de rechter schouder, een verticale snede met een lengte van circa 11 centimeter, 12 en 13.
Een ander geschrift bevattende medische informatie betreffende [slachtoffer 2] d.d. 8 januari 2021, opgemaakt door de arts [betrokkene 4]:
Lichamelijk onderzoek
- Temporaal rechts in de haarlijn: laceratie 4 cm tot op temporalis fascie, scherpe wondranden, a. temporalis palpabel, buiten wondgebied. Wenkbrauwen optrekken en fronsen symmetrisch, sensibiliteit intact.
- Bovenlip links: verticale laceratie 3,5 cm van nasolabiaalplooi tot aan laterale bovenlip net de white roll rakend, tot op de orbicularis met zeer oppervlakkig letsel van de m. orbicularis.
- Onderlip links lateraal: verticale laceratie 7 mm door het lippenrood, doorlopend tot net 1 mm caudaal van de white roll, orbicularis intact.
Oog links geen letsels, brillenglas heeft letsel opgevangen, glas met forse kras maar geen scherven.
Conclusie
Mishandeling op straat met scherp voorwerp, waarbij 3 x laceratie aangezicht (temporaal rechts, boven- en onderlip links), gehecht onder lokale anesthesie.
Het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van [getuige] op 8 januari 2021 afgelegd [pag. 708 t/m 717]:
[pag. 708] Ik ben getuige geweest van een incident wat zich gisteravond, 7 januari 2021, heeft afgespeeld. Ik was rond 20:00 uur met de honden gaan wandelen. Ik liep over de zijstraat van de Boschdijk en daar heb je nieuwbouw wat ze aan het bouwen zijn. Ik liep daar bij de splitsing ter hoogte van de nieuwbouw. Ik hoorde geschreeuw van een mevrouw. Ik zag toen een vrouw wegrennen met een man achter haar aan. Ik ben er heen gelopen en ik zag de man vervolgens weg rennen.
[pag. 709] Ik liep vanaf de Boschdijk over de Van Kinsbergenstraat richting de kruising Karel Doormanstraat - Hemelrijken. Ik zag de vrouw rennen over de Karel Doormanstraat richting de kruising met de Hemelrijken. Toen ik hun richting in kwam gerend zag ik dat de dader over de Karel Doormanstraat richting de Zeeheldenlaan rende. Ik zag hem voor het laatst in het midden van de Karel Doormanstraat. Ik zag dat hij een fiets pakte ter hoogte van de Trompstraat. Daar is hij op gestapt en toen is hij door gefietst richting de Zeeheldenlaan.
Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 9] [pag. 721 t/m 728]:
[pag. 721] Op woensdag 20 januari 2021 bekeek ik de gevorderde camerabeelden die waren opgenomen met camera’s op het adres [woning 3] en [woning 4] te Eindhoven op 7 januari 2021.
[pag. 722-725][woning 3]
Ik bekeek de camerabeelden van de [woning 3]. Ik zag dat de camerabeelden, volgens de tijdsindicatie van de camera die zichtbaar is in de camerabeelden, waren opgenomen op 7 januari 2021 tussen 19.49 uur en 19.51 uur.
Op camerabeelden met de tijdsindicatie 19.49:51 uur zag ik van links naar rechts in beeld een persoon lopen. Ik zag dat deze persoon uit de richting van de voor mij bekende Trompstraat liep. Deze lopende persoon wordt verder aangeduid als slachtoffer.
Op camerabeelden met de tijdsindicatie 19.49:59 uur zag ik van rechts naar links in beeld een persoon fietsen. Ik zag dat deze persoon vanuit noordelijke richting kwam door de Karel Doormanstraat en fietste richting de kruising Karel Doormanstraat - Trompstraat. Deze fietsende persoon wordt verder aangeduid als verdachte.
Op camerabeelden met de tijdsindicatie 19.50:13 uur zag ik dat het slachtoffer, komende vanuit de Trompstraat, linksaf sloeg de Karel Doormanstraat in. Ik zag dat het slachtoffer aan de westelijke zijde van de Karel Doormanstraat liep richting de kruising met de Van Kinsbergenstraat. Ik zag dat de verdachte eveneens aan de westelijke zijde van de Karel Doormanstraat fietste richting de kruising met de Van Kinsbergenstraat. Ik zag dat de verdachte achter het slachtoffer fietste.
Op camerabeelden met de tijdsindicatie 19.50:33 uur zag ik zowel het slachtoffer als de verdachte uit beeld verdwijnen. Het is mij bekend dat de Karel Doormanstraat op dat punt, vanuit het standpunt van de camera gezien, een knik naar rechts maakt waardoor de westelijke zijde van de Karel Doormanstraat niet meer zichtbaar is op de camerabeelden. Mij is bekend dat het slachtoffer in haar aangifte heeft verklaard dat het incident plaatsvond nabij de positie waar het slachtoffer en de verdachte uit beeld verdwijnen.
Het geluid dat ik hoorde bij de camerabeelden met de tijdsindicatie in de periode van 19.50:51 uur tot 19.51:03 uur herkende ik als een persoon die in schreeuwt en in paniek is. Verder hoorde ik rumoer tot aan de tijdsindicatie 19.51:13 uur.
Op camerabeelden met de tijdsindicatie 19.51:13 uur zag ik de verdachte terug in beeld komen en in noordelijke richting, dat is richting de aan de westelijke zijde van de Karel Doormanstraat fietsen.
Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 10] [pag. 729 t/m 743]:
[pag. 731][camera 4], Eindhoven:
Ik bekeek de camerabeelden van de [camera 4], te Eindhoven. De cameraopstelling is gericht op de Zeeheldenlaan te Eindhoven.
Uit onderzoek is gebleken dat de aangegeven tijd op de beelden overeenkomt met de werkelijke tijd. De camerabeelden vermelden de datum 07 januari 2021 en het tijdstip 19:43:39 uur. Ik bekeek deze camerabeelden en zag dat:
- Er om 19:43:42 uur over de Zeeheldenlaan te Eindhoven komende uit de richting van de Kareldoormanstraat gaande in de richting Van Speijkstraat een persoon over de stoep fietst.
- De fiets een chroomkleurig stuur, 2 kleine witte lampjes bevestigd aan de stuurstang aan weerszijde van de stuurpen op korte afstand van elkaar en een bagagedrager achter op de fiets bevestigd heeft.
- De persoon een jas draagt die groot uitvalt, de jas niet goed aansluit bij het bovenlichaam.
- De persoon donkerkleurige kleding draagt en donkerkleurige schoenen draagt.
- Om 19:43:52 van zijn fiets afstapt en met de fiets in zijn hand loopt naar het portaal aan de overzijde van de straat.
- De persoon de fiets in het portaal neerzet.
- De persoon het volgende gedrag vertoont namelijk: blijft hangen rond het portaal, meerdere malen links en rechts om de hoek kijken en om zich heen kijken.
- De persoon ander gedrag vertoont als deze in het zicht komt van auto’s/personen. Dan loopt de persoon weg van het portaal, en loopt een stukje. Wanneer personen/auto’s uit het zicht zijn loopt de persoon weer terug naar het portaal en bekijkt de omgeving opnieuw.
- De persoon om 19:47:15 zijn fiets weer pakt en over het voetpad in de richting van de Kareldoormanstraat te Eindhoven loopt.
- De persoon om 19:47:28 op de fiets stapt en zijn weg, over het voetpad, vervolgt in de richting van de Karel Doormanstraat te Eindhoven.
[pag. 732][woning 3 en 4], Eindhoven:
De camerabeelden van de [woning 4] en [woning 3] te Eindhoven werden reeds bekeken door [verbalisant 9]. Zijn bevindingen werden vastgelegd in het proces-verbaal van bevindingen voorzien van nummer 47. Als aanvulling hierop het volgende. De camerabeelden vermelden de datum 07 januari 2021 en het tijdstip 19:49:42 uur. Ik speelde deze camerabeelden af en zag hierop dat:
- Er om 19:49:59 een persoon op een fiets in beeld kwam.
- De persoon uit de richting van de Zeeheldenlaan komt gefietst.
- De persoon in de richting van de Trompstraat fietst.
- Deze persoon overeenkomsten heeft met de persoon voornoemd, welke circa 2 minuten eerder wegfietste vanaf het portiek aan de Zeeheldenlaan te Eindhoven zoals eerder omschreven in dit proces-verbaal.
- De overeenkomsten zijn, zelfde postuur, lage zithouding op de fiets, grote jas, donkere kleding.
- De overeenkomsten van de fiets zijn, donkerkleurige fiets, model omafiets, en verlichting aan de voorzijde van de fiets op dezelfde, niet originele dan wel niet gangbare, hoogte bevestigd aan het stuur ter hoogte van de stuurpen.
[pag. 733] Op het adres [a-straat 1] te [plaats] is [verdachte] woonachtig. Lopende het onderzoek "Cambridge" vond er een doorzoeking ter inbeslagname plaats in de woning en bijbehorende schuur. Daarbij werden diverse fietsen aangetroffen in de schuur. Eén van die fietsen wed gefotografeerd. Na vergelijking van de gefotografeerde fiets en de camerabeelden welke in dit proces-verbaal worden omschreven, bleken er de volgende overeenkomsten:
- donkerkleurige fiets
- model omafiets
- chromekleurig stuur
- bagagedrager achterzijde
- twee witte lampjes bevestigd aan het stuur ter hoogte van de stuurpen.
Om nader onderzoek te verrichten werd de schuur gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] opnieuw betreden en werd de bedoelde fiets alsnog in beslag genomen. Inderdaad bleken de hierboven opgesomde overeenkomsten.
Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 11] [pag. 443 en 444]:
[pag. 443] Op 10 maart 2021 ben ik in de schuur van de verdachte, [verdachte], geweest op het adres [a-straat 1] te [plaats]. De verdachte verplaatste zich per fiets, soortgelijke fiets is door ons in de schuur van de verdachte [verdachte] aangetroffen en in beslag genomen.
[pag. 444] In de schuur hebben wij in totaal vier fietsen zien staan. Achter de door ons in beslag genomen fiets zien we op de bovenstaande afbeelding nog een fiets staan. Dit is tevens een damesfiets en heeft achter op een bagagedrager. Voorop het stuur zien we twee opvallend afneembare lampjes bevestigd. De fiets is zwart van kleur. Heeft een dubbele stang met een verbindingsstuk.
Een deskundigenverslag Fietspatroon analyse van 22 november 2021, opgemaakt door prof.dr. E. Otten en M.M. Wiedemeijer MSc inhoudende:
In mei 2021 zijn ons video beelden ter hand gesteld van fietsende personen betrokken en mogelijk betrokken bij steekincidenten in de zaken Cambria en Cambridge.
Voor de juiste identificatie van het film materiaal de volgende gegevens:
Beelden Cambria
- Beelden van Karel Doormanstraat
- Zeeheldenlaan 2x
Beelden Cambridge
- Minckelerspl
- Barrierweg 2x
- Thomas Vendicorstr
- [woning 1] 2x
Zeer kenmerkend is manier van de greep aan het stuur. Het stuur wordt voor het handvat vastgehouden waarbij de rug van de hand boven het stuur gepositioneerd wordt. Deze typische manier van het vasthouden van het stuur is geen kenmerk wat gehanteerd is in de analyse. Deze typische manier van het vasthouden van het stuur is achteraf niet gezien in de populatie waarmee de analyse gedaan is, en daarom zeer kenmerkend. Deze wijze van vasthouden is in zowel Cambridge als Cambria aangetroffen.
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 9 februari 2022. onder meer zakelijk weergegeven:
Ik ben 1.75 meter lang.
U vraagt of ik één of meer fietstassen heb. Ik ben alleen en één fietstas is voldoende voor mij. U vraagt of ik altijd een fietstas bij me heb. Ik gebruik die altijd.
U laat mij de afbeelding van een fiets van pagina 734 uit het dossier zien. Dat is de fiets uit mijn schuur. Ik gebruik die niet meer, want het is geen goede fiets. Ik heb die fiets één keer gebruikt.
De officier van justitie laat de beelden zien van onderzoek Cambridge. Op 10:13 van de beelden vraagt de voorzitter mij waar mijn handen op het stuur zitten op dat moment. Die zitten voor de handvatten op het stuur.”
6. Het hof heeft in zijn arrest de bewijsvoering van de rechtbank als volgt aangevuld:
“De bewijsvoering behoeft, mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, de navolgende aanvullingen. Naast de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen komen de bewezenverklaringen mede te berusten op de volgende bewijsmiddelen.
Ten aanzien van het onder parketnummer 01-067352-21 bewezenverklaarde:
Het hof vult de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aan met het volgende bewijsmiddel:
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 28 april 2021, dossierpagina 134-135, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte]:
O: Screenshot 7(het hof begrijpt: screenshot 6) uit het proces-verbaal voorzien van nummer 8 wordt getoond (afbeelding 3)(het hof begrijpt: een screenshot van de camerabeelden d.d. 8 maart 2021 te 16:12:32 uur van de [woning 2] te Eindhoven gericht op de Mathys de Layenslaan).
VI: Ik heb de bewegende beelden vanochtend gezien. Daar zie je echt wel dat hij het is. Ook aan de pet die jij op hebt en aan de fiets en aan de tas.
A: Ja, ik heb daar gefietst.
Ten aanzien van het onder parketnummer 01-320930-21 bewezenverklaarde:
I. Het hof vult het door de rechtbank gebezigde bewijsmiddel‘het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] op 11 januari 2021 afgelegd [pag. 692 t/m 694]’op pagina 6 van de bewijsbijlage bij het vonnis aan door voor ‘[pag. 693]’ in te voegen:
[pag. 692] Ik wil nog zeggen dat er op het rechter pootje van mijn bril een beschadiging zit van een snee. Deze zat er voor het incident nog niet. Ik denk dat deze snee is ontstaan op het moment toen hij mijn hoofd raakte met het scherpe voorwerp. Ik denk dat de bril ervoor heeft gezorgd dat mijn oor niet is geraakt.
II. Het hof vult het door de rechtbank gebezigde bewijsmiddel‘het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] op 25 januari 2021 afgelegd [pag. 695 t/m 698]’op pagina 6 van de bewijsbijlage bij het vonnis aan door het volgende toe te voegen:
V: Kun je iets zeggen over de vorm van het hoofd?
A: Hij had een wat grover hoofd, wat forser of dikker. Niet echt dik maar wel een wat breder hoofd, zeker niet smal.
III. Het hof vult het door de rechtbank gebezigde bewijsmiddel‘het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van [getuige] op 8 januari 2021 afgelegd [pag. 708 t/m 717]’op pagina 7 van de bewijsbijlage bij het vonnis aan door het volgende toe te voegen:
[pag. 710] Het was heel rustig op straat.”
7. In het door het hof bevestigde vonnis heeft de rechtbank ten aanzien van het bewijs het volgende overwogen:
“ • Ten aanzien van het onder parketnummer 01/320930-21 primair ten laste gelegde
(…)
Daderschap verdachte
Ten aanzien van het onder 01/067352-21 ten laste gelegde heeft de rechtbank in het voorgaande reeds geconcludeerd dat verdachte degene is die het slachtoffer heeft gestoken. Uit de inhoud van het procesdossier is de rechtbank gebleken dat de dader bij beide ten laste gelegde feiten volgens een sterk vergelijkbaar patroon heeft gehandeld (de modus operandi). De rechtbank stelt daarover het volgende vast. Beide feiten vonden plaats op een rustige weg waar op dat moment weinig of geen anderen aanwezig waren. De slachtoffers waren telkens vrouwen die in hun eentje op de weg aan het hardlopen of aan het wandelen waren en tot wie verdachte geen relatie had. Bij beide feiten heeft de dader van tevoren fietsend rondgehangen in de omgeving. Vervolgens kwam hij rustig aanfietsen waarna hij de vrouwen te voet van achter benaderde, daarvoor zijn fiets neerlegde, hen neerstak en terug liep naar zijn fiets om vervolgens in een versneld tempo weg te fietsen. Bij beide incidenten zat de dader na het schreeuwen binnen 30 seconden weer op zijn fiets. De rechtbank stelt vast dat de modus operandi bij het onder parketnummer 01/067352-21 bewezen verklaarde feit en de modus operandi bij het onder parketnummer 01/320930-21 aan verdachte ten laste gelegde feit op essentiële onderdelen overeenkomen. Dat ook sprake is van verschillen – wel/niet aanspreken van het slachtoffer voorafgaand aan het steken, de locatie van het steken op het lichaam van het slachtoffer en het aantal malen steken – doet wat de rechtbank betreft niet af aan de zeer specifieke overeenkomsten in de modus operandi. De bewijsmiddelen van parketnummer 01/067352-21 met betrekking tot de modus operandi hebben daarom ten aanzien van het onder parketnummer 01/320930-21 ten laste gelegde als schakelbewijs te gelden.
Naast de overeenkomende modus operandi, past verdachte (qua huidskleur, lengte, leeftijdscategorie) binnen het door aangeefster opgegeven signalement. Ook is in de schuur van verdachte een fiets aangetroffen die specifieke overeenkomsten bevat met de fiets die te zien is op de uitgekeken camerabeelden. Hierbij valt in het bijzonder op dat zowel op de fiets op de camerabeelden als op de aangetroffen fiets twee voorlampjes op kenmerkende wijze (op gelijke afstand van en aan weerszijden van de stuurpin) op het stuur zijn geplaatst (te zien valt op de beelden dat beide lampjes schijnen). Daarnaast is op de camerabeelden te zien dat de fiets één fietstas heeft en heeft verdachte ter terechtzitting van 9 februari 2022 verklaard altijd met één fietstas te fietsen.
Door prof.dr. E. Otten en M.M. Wiedemeijer MSc is een Fietspatroon analyse van personen betrokken in de zaken Cambria (parketnummer 01/320930-21) en Cambridge (parketnummer 01/067352-21) opgesteld. Voor zover door de verdediging is aangevoerd dat het rapport van Otten en Wiedemeijer niet voor het bewijs mag worden gebruikt, omdat – kort gezegd – de betrouwbaarheid onvoldoende helder is en niet afdoende onderbouwd is, passeert de rechtbank het verweer. Otten kan, wat er ook zij van de statistische stellingen en aannames in zijn rapport, als biofysicus, bewegingsdeskundige en expert op het gebied van lopen, menselijke bewegingspatronen waarnemen, vergelijken en duiden. Ook Wiedemeijer is gespecialiseerd in beeld analyses en looppatroon herkenning. Zij werkt op het gebied van biomechanica van menselijk bewegen en looppatronen samen met Otten. De rechtbank zal voor het bewijs geen gebruik maken van de als uitkomst van het onderzoek gepresenteerde likelihood ratio’s van de kans dat het om dezelfde persoon gaat, maar wel van de waarneming van deze deskundigen – zakelijk weergegeven – inhoudende dat de persoon op de beelden in de zaken Cambria en Cambridge het stuur op zeer kenmerkende wijze vasthoudt. Het stuur wordt voor het handvat vastgehouden waarbij de rug van de hand boven het stuur gepositioneerd wordt. Deze typische manier van het vasthouden van het stuur is achteraf niet gezien in de populatie waarmee de analyse gedaan is, en daarom benoemd als zeer kenmerkend. Daarbij komt dat verdachte zelf ter terechtzitting van 9 februari 2022 heeft verklaard dat hij zichzelf het stuur op deze wijze ziet vasthouden op de getoonde beelden inzake onderzoek Cambridge.
Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte degene is geweest die aangeefster heeft gestoken.”
Het middel
8. Het middel behelst de klacht dat het hof zich ten onrechte, althans onbegrijpelijk heeft verenigd met de motivering van de rechtbank ten aanzien van het bewijs, in het bijzonder de gehanteerde schakelbewijsconstructie.
9. In de toelichting brengt de steller van het middel het volgende naar voren.
(1) De bewijsmotivering bevat beschrijvingen van omstandigheden die “ variabel” zijn, hetgeen in de weg staat aan het kunnen vaststellen van “ een sterk vergelijkbaar patroon” c.q. “ één modus operandi”. Hierbij wordt gewezen op verschillen met betrekking tot de aanwezigheid van anderen op de weg, de kleding van de slachtoffers, de tijdstippen waarop de feiten plaatsvonden en de lichaamsdelen waarin c.q. in welke richting is gestoken.
(2) Diverse constateringen worden niet ondersteund door de bewijsmiddelen. Hierbij wordt door de steller van het middel de nadruk gelegd op de afwezigheid van (overeenkomend) bewijs met betrekking tot het al dan niet door de verdachte fietsend rondhangen in de omgeving, het rustig aan komen fietsen, het van achteren benaderen van de slachtoffers, het neerleggen van de fiets voorafgaand aan het neersteken en het terug naar zijn fiets lopen om vervolgens in versneld tempo weg te fietsen. Volgens de steller van het middel “ gaat [het] zelfs om tegenstrijdigheden,” te weten tegenstrijdigheden die de rechtbank zelf heeft erkend met de woorden: “ Dat ook sprake is van verschillen – wel/niet aanspreken van het slachtoffer voorafgaand aan het steken, de locatie van het steken op het lichaam van het slachtoffer en het aantal malen steken – doet wat de rechtbank betreft niet af aan de zeer specifieke omstandigheden in de modus operandi.”
De bespreking van het middel
10. In het door het hof bevestigde vonnis is overwogen “ dat de bewijsmiddelen van parketnummer 01/067352-21 met betrekking tot de modus operandi (…) ten aanzien van het onder parketnummer 01/320930-21 ten laste gelegde als schakelbewijs [hebben] te gelden”.
11. Met de term schakelbewijs pleegt volgens de Hoge Raad te worden aangeduid:
“ een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. De vraag of de redengevendheid van dergelijk – in diverse varianten voorkomend – schakelbewijs begrijpelijk is, moet worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering (vgl. HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1455). Daarbij kan van belang zijn of en in hoeverre de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de onderscheidene feiten zijn begaan, op essentiële punten overeenkomen.” [1]
12. In de overwegingen onder het kopje “ Daderschap verdachte” is in het door het hof bevestigde vonnis tot uitdrukking gebracht dat de observaties van gelijkende kenmerken in bepaalde mate beter worden verklaard wanneer wordt aangenomen dat de delicten door dezelfde persoon zijn begaan, dan wanneer wordt aangenomen dat zij door verschillende, willekeurige personen zijn begaan. In het bijzonder is daarbij aandacht uitgegaan naar de (rustige) omgeving waarin het handelen plaatsvond, de afwezigheid van een relatie tussen de verdachte en de slachtoffers, alsmede de gedragingen van de verdachte voorafgaand aan en na het ten laste gelegde handelen.
13. Ik breng hierbij in herinnering dat de redengevendheid van het schakelbewijs moet worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering. Eveneens is redengevend geacht (i) dat de verdachte qua uiterlijke kenmerken past binnen het door de aangeefster opgegeven signalement, (ii) dat de in de schuur van de verdachte aangetroffen fiets specifieke overeenkomsten vertoont met de fiets die is gezien op camerabeelden (met bijzondere aandacht voor de plaatsing van de twee voorlampjes), (iii) dat de aanwezigheid van één fietstas op de fiets die zichtbaar is op de camerabeelden correspondeert met de verklaring van de verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 9 februari 2022, alsmede (iv) dat de wijze waarop de verdachte bij de uitvoering van de onderscheidene, geschakelde handelingen het stuur van de fiets vasthoudt, opvallende gelijkenissen vertoont.
14. Gelet op het voorgaande is het m.i. niet onbegrijpelijk dat het hof in navolging van de rechtbank in de uitkomst van de weging van gelijkenissen, naast het beschikbare bewijsmateriaal, ondersteuning ziet voor de conclusie dat de verdachte – ook – degene is geweest die het slachtoffer in de zaak met parketnummer 01/320930-21 heeft gestoken. De vastgestelde gelijkenissen worden namelijk aanzienlijk beter verklaard onder de aanname dat de verdachte ook het slachtoffer in die zaak heeft gestoken dan onder de aanname dat een willekeurige andere persoon in die zaak de dader is.
15. De aanwezigheid van (overigens eveneens door de rechtbank onderkende) “ variabelen” of “ verschillen” tussen de geschakelde handelingen doet daar niet aan af. Immers, verschillen zullen er altijd zijn; het gaat steeds om de aan- of afwezigheid van significanteverschillen. Het al dan niet aanspreken van het slachtoffer voorafgaand aan het steken, de plaats van het lichaam waarin/in welke richting is gestoken en het aantal steken betreffen niet dermate significante verschillen dat deze in de weg staan aan de redengevendheid van de genoemde significante gelijkenissen.
16. Ten slotte sta ik nog stil bij de door de steller van het middel opgeworpen vraag of en in hoeverre bepaalde, specifiek genoemde omstandigheden uit de bewijsmiddelen kunnen volgen. Dit betreft het al dan niet door de verdachte fietsend rondhangen in de omgeving, het rustig aan komen fietsen, het van achteren (te voet) benaderen van de slachtoffers, het neerleggen van de fiets voorafgaand aan het neersteken en het uiteindelijk teruglopen naar zijn fiets om vervolgens in versneld tempo weg te fietsen.
17. Met de steller van het middel ben ik van mening dat deze gedragingen voorafgaand aan en na de bewezen verklaarde handelingen specifieker zijn omschreven dan uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Niettemin betreffen de omschrijvingen, voor zover die niet zouden volgen uit de verklaring van de aangeefster [slachtoffer 2], [2] de verklaring van de [getuige], [3] het relaas van de [verbalisant 9] [4] en het relaas van de [verbalisant 10], [5] omstandigheden van dermate ondergeschikt belang dat de verdachte, indien het middel in zoverre al terecht zou zijn voorgesteld, geen belang heeft bij cassatie.
18. Het middel is tevergeefs voorgesteld.
Slotsom
19. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 ROPro te ontlenen overweging.
20. Ik heb ambtshalve geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
21. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
1.HR 26 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1303 (Jos B.), rov. 3.8. In mijn hieraan voorafgaande conclusie van 6 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:555, heb ik uitgebreid stilgestaan bij het gebruik van schakelbewijs en ik heb naar rechtspraak en literatuur verwezen.
2.Het proces-verbaal van aangifte inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] op 8 januari 2021 afgelegd, [pag. 686 t/m 690].
3.Het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van [getuige] op 8 januari 2021 afgelegd [pag. 708 t/m 717].
4.Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 9] [pag. 721 t/m 728].
5.Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het relaas van de [verbalisant 10] [pag. 729 t/m 743].