ECLI:NL:PHR:2024:741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late schriftuur na aanzegging aan verdachte
De rechtbank Noord-Holland heeft het klaagschrift van klaagster tot teruggave van twee inbeslaggenomen honden ongegrond verklaard. Klaagster stelde vervolgens cassatieberoep in met drie middelen. De aanzegging van de cassatieprocedure werd op 16 april 2024 persoonlijk aan klaagster betekend op haar BRP-adres. Volgens art. 447 lid 5 Sv Pro moet binnen 30 dagen na deze aanzegging een schriftuur met cassatiemiddelen door een raadsman worden ingediend. De schriftuur werd echter op 17 mei 2024 ontvangen, één dag te laat.
De verdediging voerde aan dat de aanzegging niet aan het kantooradres van de raadsman was betekend, waardoor de termijn niet zou zijn gaan lopen. De Hoge Raad oordeelt dat de regeling omtrent domiciliekeuze (art. 36g Sv) niet van toepassing is op aanzeggingen in cassatie. De aanzegging aan de verdachte in persoon is rechtsgeldig en voldoende. Het was aan klaagster om contact op te nemen met haar raadsman na ontvangst van de aanzegging.
Omdat de schriftuur te laat is ingediend, wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de schriftuur na aanzegging aan de verdachte.