Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
15 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland over beslag op drie honden na een bijtincident. Namens klaagster diende haar advocaat een schriftuur in bij de Hoge Raad, maar deze werd te laat ingediend, na het verstrijken van de wettelijke termijn.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens niet-naleving van de termijn. De Hoge Raad bevestigt dat de wet strikt voorschrijft binnen welke termijn een schriftuur met cassatiemiddelen moet worden ingediend en dat niet aan deze verplichting is voldaan.
Als gevolg hiervan kan de Hoge Raad het beroep niet in behandeling nemen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Tevens is er een discussie over de juiste aanzegging van de cassatieprocedure, waarbij de advocaat-generaal ingaat op de vraag of de aanzegging aan het kantooradres van de raadsman had moeten plaatsvinden, terwijl deze aan klaagster persoonlijk is betekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de schriftuur.