Conclusie
Nummer23/01283
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.”
De terechtzitting van het hof, waarvoor uw cliënt nu is gedagvaard, is alleen bedoeld om de ontvankelijkheid vast te stellen en of van de kant van uw cliënt bezwarenbestaan tegen het vonnis, en zo ja, welke bezwaren dat zijn.