Conclusie
Nummer22/04492
Inleiding
medeplegen van oplichting”, in de zaak met parketnummer 1930037-15 onder 9 wegens “
als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven” en in de zaak met parketnummer 18-950049-16 onder 5 wegens “
medeplegen van poging tot oplichting”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan achttien voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast heeft het hof aan de verdachte vijf schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.
De zaak
Het eerste middel
De bewezenverklaring van feit 3
Het verweer en de bewijsvoering
“FEIT 3 [aangeefster]
22. Het is opvallend dat de aangeefster het volledige bedrag heeft overgemaakt, naar een persoon die zij niet kent en dat naar een rekening die niet op naam stond van [betrokkene 1] (met wie zij volgens de aangifte contact had) maar een zekere [betrokkene 2] .
“Parketnummer 18/930037-15, feit 3
27. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 27 januari 2015, opgenomen op pagina’s 9-11 van zaakdossier 1 t/m 18 onderdeel (zaak 8) van het onder 1 genoemde dossier ‘ [naam 1] ’, inhoudende de aangifte van [aangeefster] :
De bespreking van het eerste middel
Het tweede middel
De bewijsvoering
“Parketnummer 18-950049-16 feit 5
50. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen Pseudokoop van Politie Eenheid Noord-Nederland, Project Pseudokoop dd. 19 mei 2016, opgenomen op pagina’s 93-94 van het hiervoor onder 40 genoemde dossier [naam 2] , inhoudende:
De toelichting op het tweede middel
De bespreking van het tweede middel
hebben gesproken over het in Papendrecht kunnen bekijken van die graafmachine en die persoon hebben toegezegd een mail te sturen met daarin de gegevens over de plaats waar die graafmachine stond”.