ECLI:NL:PHR:2024:1133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herverdeling negatieve belastbare inkomsten eigen woning bij niet-onherroepelijke navorderingsaanslag
In deze zaak gaat het om de vraag of herverdeling van negatieve belastbare inkomsten uit eigen woning mogelijk is bij een niet-onherroepelijke navorderingsaanslag, terwijl de verdeling al was opgenomen in een onherroepelijk geworden primitieve aanslag. Na het overlijden van de man ontdekten zijn erven dat in de aangiften over 2018 een te hoog bedrag aan hypotheekrente in aftrek was gebracht. Zij dienden herziene aangiften in met een lagere aftrek en een gewijzigde toerekening tussen de partners.
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op die wel het lagere bedrag in aanmerking namen, maar de oorspronkelijke toerekening hanteerden. Zowel de Rechtbank Gelderland als het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelden dat de navorderingsaanslagen niet konden worden verhoogd en dat de oorspronkelijke toerekening bleef gelden, hoewel het Hof erkende dat herverdeling in principe mogelijk is zolang de navorderingsaanslag niet onherroepelijk is.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat herverdeling niet mogelijk is als de verdeling al in een onherroepelijke aanslag is vastgelegd, met verwijzing naar wetsgeschiedenis en beleidsmatige overwegingen. De belanghebbenden betwistten dit en wezen op het onredelijke resultaat van de uitleg van de Staatssecretaris.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de Staatssecretaris geen belang heeft bij de klacht, omdat de navorderingsaanslag conform zijn standpunt in stand is gebleven en niet kan worden verhoogd door de Hoge Raad. Het cassatieberoep is daarom ongegrond, hoewel het niet niet-ontvankelijk is vanwege mogelijke proceskostenaspecten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belang heeft bij de klacht.