ECLI:NL:PHR:2024:1019

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2024
Publicatiedatum
3 oktober 2024
Zaaknummer
23/01538
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36c SrArt. 440 lid 2 SvArt. 552a SvArt. 552f Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking onttrekking computerkast en iPad wegens onvoldoende verband met strafbare feiten

De zaak betreft een vordering tot onttrekking aan het verkeer van een Medion computerkast en een Apple iPad, die reeds driemaal in cassatie is voorgelegd. De belanghebbende is onherroepelijk veroordeeld voor ernstige strafbare feiten waaronder afdreiging, verkrachting, computervredebreuk en het wissen van gegevens.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij beschikking van 17 april 2023 de onttrekking aan het verkeer van de computerkast en iPad gelast, stellende dat deze voorwerpen inwisselbaar zijn met gegevensdragers die gebruikt zijn voor pornografisch materiaal van het slachtoffer. De rechtbank baseerde zich op de mogelijkheid dat bestanden via synchronisatie met een clouddienst toegankelijk blijven, waardoor de iPad en computerkast als 'voertuigen' of 'sleutels' voor deze bestanden worden gezien.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert echter dat de rechtbank onvoldoende heeft vastgesteld dat er een concreet verband bestaat tussen de computerkast en iPad enerzijds en de strafbare feiten waarvoor de belanghebbende is veroordeeld anderzijds. De enkele technische mogelijkheid tot toegang via cloudopslag is onvoldoende om deze voorwerpen vatbaar te achten voor onttrekking aan het verkeer conform art. 36c Sr. De Hoge Raad wordt verzocht de beschikking te vernietigen en een passende beslissing te nemen.

De conclusie benadrukt tevens dat deze vordering reeds driemaal is behandeld en dat het wenselijk is dat de zaak na vernietiging aan een andere rechtbank wordt toegewezen om verdere cassatieprocedures te voorkomen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot onttrekking aan het verkeer van de computerkast en iPad wegens onvoldoende motivering van het verband met strafbare feiten.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/01538 B
Zitting8 oktober 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[belanghebbende] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de belanghebbende

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg heeft – na terugwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 24 januari 2023 [1] – bij beschikking van 17 april 2023 [2] de vordering tot onttrekking aan het verkeer van een Medion computerkast en een Apple iPad toegewezen.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de belanghebbende en J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt tegen het oordeel van de rechtbank dat de Medion computerkast en de Apple iPad vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer.

2.Het procesverloop

2.1
Het is de derde keer dat de beschikking tot onttrekking aan het verkeer van de Medion computerkast en Apple iPad in cassatie voorligt.
2.2
De belanghebbende is bij onherroepelijk arrest van het hof Den Bosch van 17 december 2018 veroordeeld wegens (1) afdreiging, meermalen gepleegd; (2) verkrachting, meermalen gepleegd; (3) poging tot afdreiging, meermalen gepleegd; (4) computervredebreuk en (5) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen/worden verwerkt/worden overgedragen wissen. Het hof heeft geen beslissing genomen over de in beslag genomen voorwerpen.
2.3
Op 15 februari 2019 [3] is bij het hof Den Bosch namens de belanghebbende een klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend waarin werd verzocht om teruggave van de voorwerpen waarop beslag rustte. Voorts is, hangende de behandeling van het klaagschrift bij het hof, op 18 juli 2019 door de officier van justitie bij het hof een vordering tot onttrekking aan het verkeer ex art. 552f Sv ingediend waarin onttrekking van onder andere de computerkast en de iPad wordt gevorderd. Op deze vordering is door het hof beslist. Het hof heeft de voorwerpen beschouwd als een gezamenlijkheid van voorwerpen met betrekking waartoe en met behulp waarvan strafbare feiten zijn begaan, terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De Hoge Raad achtte deze beslissing ten aanzien van de computerkast en iPad ontoereikend gemotiveerd, casseerde en verwees de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant. [4]
2.4
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft daarop de onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen gelast. Met betrekking tot de iPad heeft de rechtbank overwogen dat deze niet kon worden uitgelezen, maar dat zeer aannemelijk lijkt – gezien alle andere Apple producten in gebruik bij de belanghebbende – dat ook hierop erotisch materiaal van de aangeefster staat en dat niet gegarandeerd kan worden dat na synchronisatie met een Cloud-account er weer erotisch materiaal van de aangeefster naar boven kan worden gehaald. Ten aanzien van de computerkast heeft de rechtbank overwogen dat uit het arrest van het hof blijkt dat de belanghebbende voor een aantal van de strafbare feiten gebruik gemaakt heeft van zijn computers en heeft de rechtbank daarom onderdeel 3° van art. 36c lid 1 Sr van toepassing geacht. De Hoge Raad vernietigde opnieuw. Zowel ten aanzien van de iPad als de computerkast had de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat enig verband als bedoeld in art. 36c Sr bestaat tussen de voorwerpen en één of meerdere van de in de hoofdzaak bewezen verklaarde feiten, die in de procedure ex art. 552f Sv niet nader waren benoemd.
2.5
Na terugwijzing heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant opnieuw beslist op de vordering [5] tot onttrekking aan het verkeer ten aanzien van de iPad en computerkast. Deze beschikking wordt in de onderhavige cassatieprocedure bestreden.

3.Het middel

3.1
In het cassatiemiddel wordt geklaagd dat de motivering van het oordeel van de rechtbank dat de Apple iPad en de Medion computerkast vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer “omdat zij inwisselbaar zijn met de gegevensdragers door verdachte gebruikt of bestemd ten behoeve van de pornografische bestanden met betrekking tot welke het feit is begaan en dat het ongecontroleerde bezit door verzoeker van de foto- en video-opnamen in strijd is met hetgeen door de verbondenheid van gegevensdragers en bestanden ook geldt voor de in beslag genomen Ipad en de Medion computerkast” niet begrijpelijk is.
De vordering, de behandeling in raadkamer en de beschikking
3.2
De vordering, die is gestoeld op art. 36c lid 1 onderdelen 2° en 3°, is door de rechtbank behandeld in raadkamer op 27 maart 2023. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht opnieuw recht te doen met inachtneming van de beschikking van de Hoge Raad van 24 januari 2023. Namens de belanghebbende is aangevoerd dat de Hoge Raad in die beschikking heeft gesteld dat de inbeslaggenomen goederen geen link hebben met de feiten waarvoor de belanghebbende is veroordeeld, dat de iPad niet is uitgelezen en dat de computerkast ook niet wordt gelinkt aan de strafbare feiten. [6]
3.3
De bestreden beschikking houdt het volgende in:
“De raadkamer heeft uit het procesdossier en de uitspraken van het rechtbank en het gerechtshof afgeleid dat verzoeker beschikte over foto- en video-opnamen van seksuele handelingen met het slachtoffer. Deze opnamen speelden een rol bij de feiten waarvoor verzoeker is veroordeeld. Gezien de gedetailleerde beschrijving van de beelden karakteriseert de raadkamer deze opnamen als pornografisch. De openbaarmaking ervan zou het slachtoffer ernstige schade: kunnen toebrengen. De openbaarmaking zou daarmee in strijd zijn met de wet (onrechtmatige daad, smaad). Verzoeker dient derhalve niet vrijelijk te kunnen beschikken over deze foto- en video-opnamen, zeker niet gezien de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd. Van pornografische opnamen kan op zich niet worden gezegd dat zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, maar in het geval van het ongecontroleerde bezit van de pornografische opnamen van het slachtoffer
door verzoekergezien het voorgaande zeker wel.
De raadkamer heeft zich gebogen of de vraag of verzoeker überhaupt opnieuw zou kunnen beschikken over de gewraakte opnamen. Het procesdossier maakt immers niet duidelijk dat deze bestanden ook stonden op de inbeslaggenomen iPad en Medion computer en een vermoeden dat zulks wel het geval is, is onvoldoende. De iPad is zelfs niet uitgelezen. Deze vaststelling heeft voor de vraag of de voorwerpen kunnen worden teruggegeven naar het oordeel van de raadkamer weinig relevantie. Ook de raadkamer is in het bezit van een iPad, iPhone en computer en is ermee bekend dat deze gegevensdragers desgewenst alles op een clouddienst kunnen opslaan al dan niet in back-up. Deze gegevensdragers, synchroniseren in de regel automatisch bestanden, apps en programma’s of kunnen de opgeslagen bestanden weer uit de Cloud ophalen. Gezien hun digitale verbondenheid met de cloud kunnen juist de inbeslaggenomen iPad en Medion computer (en geen andere gegevensdragers) de verbinding leggen met de clouddienst. Verzoeker zou dus wel degelijk middels teruggave van de inbeslaggenomen goederen in het bezit komen van bestanden waarvan hierboven is geconcludeerd dat het ongecontroleerde bezit
door verzoekerin strijd is met de wet of het openbaar belang.
De foto- en video-opnamen zijn te karakteriseren als voorwerpen met behulp waarvan de feiten zijn begaan en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verzoeker in strijd is met de wet of het openbaar belang. Deze bestanden zijn derhalve vatbaar voor inbeslagneming.
Gezien het voorgaande – synchroniseren, downloaden vanuit de Cloud – ziet de raadkamer de iPad en Medion computer als ware zij de voertuigen waarmee de illegale bestanden kunnen worden vervoerd (vide de parallel met auto’s waarmee drugs worden vervoerd) of waarmee de bestanden ten tijde van de feiten bereikbaar waren. De beslagen goederen zijn inwisselbaar met andere gegevensdragers met dezelfde codering en zijn als het ware slechts de ‘verpakkingen’ waarin de voor beslag vatbare gewraakte bestanden zich (kunnen) bevinden of de ‘sleutels’ waarmee verzoeker de bestanden kan ophalen uit de cloud. De bestanden en de gegevensdragers van verzoeker zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Verzoeker dient niet meer te kunnen beschikken over de bestanden, pornografische foto- en video-opnamen van het slachtoffer en derhalve ook niet over de (enige) middelen waarmee hij opnieuw over de bestanden zou kunnen beschikken.
Samenvattend is de raadkamer van Oordeel dat het verzoek tot teruggave van de iPad en de Medion computerkast moet worden afgewezen omdat zij inwisselbaar zijn met de gegevensdragers door verdachte gebruikt of bestemd ten behoeve van de pornografische bestanden met betrekking tot welke het feit is begaan. Het ongecontroleerde bezit door verzoeker Van de foto- en video-opnamen is in strijd met de wet hetgeen door de verbondenheid van gegevensdragers en bestanden ook geldt voor de in beslag genomen iPad en de Medion computerkast. Deze dienen aan het verkeer te worden onttrokken.”
De bespreking van het middel
3.4
Art. 36c Sr luidt:
“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen:
1°. die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen;
2°. met betrekking tot welke het feit is begaan;
3°. met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;
4°. met behulp van welke de opsporing van het feit is belemmerd;
5°. die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd;
een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.”
3.5
Voor de in art. 36c onder 2° en 3° genoemde gronden geldt dat uit de rechterlijke beslissing tenminste moet blijken dat een strafbaar feit met betrekking tot c.q. met behulp van het voorwerp is begaan. [7] Een redelijk vermoeden daartoe is niet voldoende.
3.6
De rechtbank heeft in zijn beschikking (wederom) niet vastgesteld dat sprake is van enig verband als bedoeld in artikel 36c Sr tussen de computer en iPad enerzijds en de strafbare feiten waarvoor de verdachte is veroordeeld anderzijds. In plaats daarvan komt de rechtbank met een tweetrapsredenering tot het oordeel dat deze voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. Daarbij is mij niet geheel duidelijk welke gronden voor onttrekking de rechtbank aanwezig acht.
De rechtbank heeft in zijn beschikking “foto- en video-opnamen van seksuele handelingen met het slachtoffer” – waarover de belanghebbende volgens de rechtbank beschikte – aangemerkt als voorwerpen met behulp waarvan “de feiten” zijn begaan en als zijnde van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verzoeker in strijd is met de wet of het openbaar belang.
Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat deze bestanden onlosmakelijk zijn verbonden met de gegevensdragers van de belanghebbende – waaronder de iPad en de computerkast maar, zo begrijp ik de beschikking, ook “andere gegevensdragers met dezelfde coderingen” (waarmee de rechtbank kennelijk verwijst naar de Apple producten [8] die in de eerdere beslissing van 17 december 2019 zijn onttrokken aan het verkeer). Daaraan legt de rechtbank ten grondslag dat de bestanden, gelet op de mogelijkheid deze te synchroniseren naar en te downloaden vanuit de Cloud, door de rechtbank worden gezien als (i) de voertuigen waarmee de bestanden
kunnenworden vervoerd of ten tijden van het plegen
bereikbaar waren, (ii) als de verpakkingen waarin de bestanden zich (
kunnenbevinden) of (iii) als de sleutels waarmee de belanghebbende de bestanden
kanophalen uit de cloud.
Tevens overweegt de rechtbank dat de iPad en de computerkast niet aan de belanghebbende dienen te worden teruggegeven omdat zij “inwisselbaar zijn met de gegevensdragers door verdachte gebruikt of bestemd ten behoeve van de pornografische bestanden met betrekking tot welke het feit is begaan”.
Langs deze weg extrapoleert de rechtbank de gestelde relatie tussen de bestanden en de gepleegde feiten (zowel de grond uit onderdeel 2 als onderdeel 3) als het ware naar de iPad en de computerkast.
3.7
Met de steller van het middel acht ik de beslissing van de rechtbank onbegrijpelijk en niet toereikend gemotiveerd. De rechtbank heeft immers (nog steeds) niet vastgesteld dat sprake is van enig verband als bedoeld in art. 36c Sr tussen de voorwerpen waarop de vordering ziet en de strafbare feiten waarvoor de belanghebbende is veroordeeld – nog daargelaten dat in de beschikking niet is gespecificeerd welke feiten dit betreft of concreet is verwezen naar het betreffende arrest van het hof. Ook voor zover de rechtbank heeft overwogen dat de iPad en computerkast inwisselbaar zijn met de gegevensdragers die eerder aan het verkeer zijn onttrokken – en ten aanzien waarvan kennelijk wel een verband bestond met de gepleegde strafbare feiten – is de motivering onbegrijpelijk. De enkele, slechts technische en theoretische, mogelijkheid om via een Cloud-dienst toegang te verkrijgen tot bestanden, maakt nog niet dat de iPad en de computerkast in kwestie kunnen worden aangemerkt als voorwerpen met betrekking waartoe of met behulp waarvan de feiten zijn gepleegd.
3.8
Het middel slaagt.
3.9
Over de afdoening moet mij nog het volgende van het hart. De vordering tot onttrekking aan het verkeer is inmiddels driemaal in raadkamer behandeld, er is driemaal op beschikt en de beschikking is driemaal aan de Hoge Raad voorgelegd. De laatste twee beschikkingen zijn gewezen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, in dezelfde samenstelling. Ik geef de Hoge Raad in overweging de zaak na vernietiging te verwijzen naar een andere rechtbank en hoop daarbij dat deze vordering niet voor een vierde keer onderwerp hoeft te worden van een cassatieprocedure.

4.Conclusie

4.1
Het middel slaagt.
4.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
4.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige op art. 440 lid 2 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:85 (zaaknummer 21/03362 B).
2.Op de eerste pagina van de beschikking is als datum 27 maart 2023 vermeld, terwijl op de laatste pagina is opgenomen dat de beschikking is gegeven op en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2023. Uit navraag bij de rechtbank blijkt dat de beschikking dateert van 17 april 2023 en dat de vordering is behandeld in raadkamer op 27 maart 2023 (zoals in de beschikking inderdaad is vermeld).
3.Dit klaagschrift is op 22 maart 2019 aangevuld.
4.HR 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:773 (zaaknummer 20/00018 B).
5.Ik merk op dat zich in de stukken van het geding die zich bij de Hoge Raad bevinden, naast de onder 2.3 vermelde vordering, ook een vordering ex art. 552f Sv bevindt die dateert van 18 november 2019 en is gericht aan de rechtbank. Deze vordering is via het webportaal ter beschikking gesteld aan de advocaat van de belanghebbende. Uit de beschikking van de rechtbank is niet op te maken of haar beslissing is gestoeld op deze vordering of op de vordering die op 18 juli 2019 is ingediend bij het hof en waarop het hof (in de eerste ‘ronde’) heeft beslist. E-mailcorrespondentie met de strafgriffie te Middelburg wijst erop dat eerstgenoemde het geval is geweest. Nu de vorderingen wat betreft inhoud voor het overige identiek zijn en hierover in cassatie niet wordt geklaagd, laat ik dit punt verder rusten.
6.Proces-verbaal van de raadkamerzitting van 27 maart 2023, p. 1.
7.Zie HR 16 februari 1982, ECLI:NL:HR:1982:AC7509, NJ 1982/380 m.nt. A.L. Melai en HR 19 december 1978, NJ 1979/234.
8.Dit betreft een “Apple iPhone 5s” en een “Apple iPhone” vermeld onder nummers 6 en 16 van de vordering.