ECLI:NL:PHR:2023:76
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzetheling van gestolen badpak
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens opzetheling van een badpak dat afkomstig was van diefstal. Hij kreeg een gevangenisstraf van drie dagen met aftrek van voorarrest en de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf van vier weken.
De verdediging stelde in cassatie dat de verdachte niet wist dat het badpak van misdrijf afkomstig was ten tijde van de verkrijging, en dat de bewijsmiddelen dit niet uitsluiten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht een bewijsoverweging heeft gemaakt waarin werd geconcludeerd dat verdachte wel degelijk wetenschap had van de herkomst van het badpak.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van de ex-partner van verdachte, die het badpak had gestolen, verklaringen van winkelmedewerkers en politieprocessen-verbaal. Het hof vond het ongeloofwaardig dat verdachte niet wist dat het badpak gestolen was, mede omdat verdachte loog over van wie hij het badpak had gekregen.
De Hoge Raad vond geen reden om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Hiermee blijft de veroordeling voor opzetheling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor opzetheling van het badpak.