ECLI:NL:PHR:2023:719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verstekarrest wegens niet horen raadsman door organisatorische fouten hof
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte bij verstekarrest niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat noch de verdachte noch zijn raadsman bij de zitting waren verschenen. De raadsman was echter wel aanwezig in het gerechtsgebouw en had zich tijdig gesteld, maar hoorde het uitroepen van de zaak niet vanwege organisatorische tekortkomingen binnen het hof.
De raadsman bevond zich naast de zittingszaal maar werd niet opgemerkt door de bode die de zaak uitriep, en zijn naam stond niet op de zittingslijst. Hierdoor kon hij niet worden aangesproken en kreeg hij geen gelegenheid om het woord te voeren of mondelinge bezwaren in te dienen. Het hof erkende later dat de interne communicatie en verwerking van de stelbrief niet correct waren verlopen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat deze omissie niet louter aan de verdediging kan worden toegerekend en adviseert het arrest te vernietigen en de zaak terug te wijzen voor een nieuwe behandeling. Eerdere jurisprudentie bevestigt dat het niet verschijnen van een raadsman niet altijd tot verstek hoeft te leiden, vooral als het niet verschijnen niet voor rekening van de verdediging komt.
De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het bestreden arrest, waarmee de verdachte alsnog de mogelijkheid krijgt om in hoger beroep gehoord te worden.
Uitkomst: Het verstekarrest is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor nieuwe berechting.