Conclusie
eerstemiddel betreft de verwerping van het verweer dat schendingen van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (verder, in navolging van het hof: AVR) tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie dan wel bewijsuitsluiting hadden moeten leiden. Het
tweedemiddel ziet op de afwijzing van het verzoek medeverdachte [medeverdachte 2] als getuige te horen. Het
derdemiddel bevat de klacht dat het hof bij de beoordeling of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn het juiste toetsingskader heeft miskend.
3.1. Betrouwbaarheid [slachtoffer]
4 november 2021te 09:00 uur wordt het onderzoek ter terechtzitting
hervatvoor het houden van de pleidooien. Het hof bevindt zich in dezelfde samenstelling en de advocaten-generaal De Meijer en Lodder zijn aanwezig. Verdachte is ter terechtzitting aanwezig, alsmede alle raadslieden.
raadsmanvervolgt zijn pleidooi ten aanzien van zijn eigen cliënt.’
Vormverzuimen en consequenties op basis van artikel 359a Sv:
de betrouwbaarheid en accuraatheid van het verhoor wezenlijk hadden aangetast.
samenstellingvan de opnames.
"We zitten niet met zijn allen de Donald Duck te lezen."
'een peukje'werd gerookt of
'even een sanitaire stop plaatsvond.'
mindernadeel heeft opgeleverd voor [verdachte] , deel ik die mening allerminst.
of misschien juistbij [verdachte] werd wisselend verklaard over (1) zijn aanwezigheid ten tijde van de mishandeling en /
of(2) bij het transport richting de Papiermolen. Waar bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] nog kon worden teruggevallen op de (eveneens gecontamineerde) verklaringen van zoon [betrokkene 2] , was dit bij [verdachte] niet mogelijk.
allein beslag genomen toestellen
volledig zijn uitgelezen en wel in belang van het onderzoek.
fairness of the procedure as a wholeis de feitelijke inbreuk op de reële effectuering van het ondervragingsrecht bij de verhoren van de getuigen:
van bepalende invloed zijn geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek en / of de verdere vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit.
Formele verweren
1.Standpunt verdediging
de procedure als geheelworden beoordeeld, tot de conclusie te leiden dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte, zo heeft de raadsman geconcludeerd. Subsidiair dient dit te leiden tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [slachtoffer] .
2.Standpunt openbaar ministerie
3.Juridisch kader
4.Oordeel hof
"Vervolgens liep ik op [slachtoffer] af en vroeg hem of hij [slachtoffer] was. Ik zag dat hij schrok. Ik zei hem dat ik van de politie was. [slachtoffer] reageerde geschrokken en zei: "niet hier, niet hier". Ik zei tegen hem dat zijn vriendin mijn gegevens had en dat hij mij kon bellen. Hierop ben ik doorgelopen. Vervolgens werd (het hof begrijpt: kreeg) ik op dinsdag 8 november omstreeks 17.00 uur een telefoontje van het slachtoffer [slachtoffer] dat hij met mij wilde praten. Vervolgens ben ik naar de woning van het slachtoffer [slachtoffer] gegaan aan de [a-straat 1] te [plaats ] . In de woning trof ik [slachtoffer] , zijn vriendin [betrokkene 12] en naar later (bleek) de zoon van [slachtoffer] genaamd [betrokkene 2] . Tevens waren in zijn woning ook nog twee minderjarige kinderen. Ik trof een "ontredderde" situatie aan. [slachtoffer] gaf (aan dat) een van de mannen die hem hadden ontvoerd en mishandeld bij hem aan de woning was geweest. Dit was rond 16.30 uur. Hij zei dat de daders kennelijk wisten dat hij uit het ziekenhuis was. Hij vertelde mij dat hij aan de woning was bedreigd en dat hem te kennen was gegeven dat hij die avond om 20.00 uur, € 1100,--- euro zou moeten betalen.”
Wij troffen daar een ontredderd gezin aan. [slachtoffer] , zijn vrouw en kinderen waren hevig geëmotioneerd. Hen was medegedeeld dat ze niet meer naar hun woning zouden terugkeren en hadden hun mobiele telefoons in moeten leveren. Tevens was het hen te verstaan gegeven dat ze met niemand contact mochten onderhouden anders dan met collega 's van het Stelsel Bewaken en Beveiligen of met mij verbalisant 97006. Tevens werd hen medegedeeld dat de kinderen voorlopig niet naar de basisschool zouden kunnen gaan en geen contacten mochten onderhouden met hun vriendjes en vriendinnetjes. [slachtoffer] gaf aan dat hij pijn had. Wij verbalisanten zagen zijn letsel en zijn gemoedstoestand.”
Wij maakten hierbij gebruik van opnameapparatuur dit omdat het een zogenaamd AVR verhoor zou moeten worden. Echter tijdens het verhoor werd duidelijk dat [slachtoffer] zeer emotioneel werd en van de hak op de tak sprong. Tevens stelde hij of zijn vrouw steeds vragen hoe het nu verder moest. Hierbij bestond het gevaar dat er gesprekken over de genomen en te nog te nemen veiligheidsmaatregelen opgenomen zouden worden. De ruimte waarin [slachtoffer] en zijn gezin verbleef was zeer klein. Er bestond geen mogelijkheid om [slachtoffer] in alle rust te verhoren. Tijdens de verhoren stelde ook de vrouw van [slachtoffer] allerlei vragen en liepen de kinderen rond in de ruimte waar het verhoor plaats vond. Hierna heb ik verbalisant contact opgenomen met de officier van justitie en haar de mogelijkheden en onmogelijkheden verteld omtrent het volgens AVR opnemen van de verklaring. Met de officier werd afgesproken dat in de uitzonderlijke situatie waar wij zaten, wij voor zover het mogelijk was de gesprekken op zouden nemen en dat we daarnaast gesprekken met [slachtoffer] zouden voeren.
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof het verzoek tot het als getuige doen horen van medeverdachte [medeverdachte 2] ten onrechte heeft beoordeeld aan de hand van het noodzaakscriterium en de afwijzing van het verzoek onvoldoende met redenen heeft omkleed. Voorts zou het arrest onvoldoende met redenen zijn omkleed nu het hof ten onrechte niet heeft doen blijken te hebben onderzocht in hoeverre de verdachte desondanks een eerlijk proces heeft gehad.
De veronderstelde betrokkenheid van [verdachte] bij het ten laste gelegde:
Voorwaardelijke verzoeken
derdemiddel bevat de klacht dat het hof bij het oordeel over de overschrijding van de redelijke termijn en de daaraan te verbinden rechtsgevolgen het juiste beoordelingskader heeft miskend. Het hof heeft, aldus de stellers van het middel, weliswaar het tijdsverloop van de behandeling van de zaak in eerste aanleg en in hoger beroep afzonderlijk onderzocht, maar bij de beoordeling of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn de duur van de ‘procedure als geheel’ en dus de totale duur van de berechting in feitelijke aanleg beslissend laten zijn.
Straftoemeting:
wel(cursivering BFK) sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Aldus heeft het hof niet miskend dat, zoals Uw Raad in het overzichtsarrest heeft uiteengezet, eerst dient te worden onderzocht of het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn in de afzonderlijke procesfases is geschonden, en dat in aanvulling daarop het tijdsverloop dat met de totale duur van het geding gemoeid is, kan worden onderzocht en aanleiding kan geven tot strafvermindering.