Conclusie
eerstemiddel betreft de verwerping van het verweer dat schendingen van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (verder, in navolging van het hof: AVR) tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie dan wel bewijsuitsluiting hadden moeten leiden. Het
tweedemiddel betreft een bewijsklacht.
plichtals excuus om ook geen verantwoordelijkheid te hoeven tonen voor eigen gedrag. Ook verdachte niet. Gezien het verloop van de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten heeft het hof de stellige indruk gekregen dat zij steeds pas zijn gaan verklaren, nadat zij met belastende zaken werden geconfronteerd en daar simpelweg ‘niet meer onderuit’ konden. Het hof is van oordeel dat de verklaringen van verdachte (en zijn medeverdachten) inhoudelijk gezien een veel minder kloppende, geloofwaardige indruk hebben gewekt dan die van [slachtoffer] .
doekoe” moest hebben.
op basis van het proces-verbaal van bevindingen d.d 10 januari 2017 (…) begrijpt het hof dat bedoeld wordt [telefoonnummer 12] , het telefoonnummer van [betrokkene 12]) belt in op ... [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ). Er vindt geen gesprek plaats. ... [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) straalt een CELL-ID aan de Snelliusstraat 91 te Groningen, in de directe omgeving van de Papiermolenlaan 3 te Groningen (…).
4 november 2021te 09:00 uur wordt het onderzoek ter terechtzitting
hervatvoor het houden van de pleidooien. Het hof bevindt zich in dezelfde samenstelling en de advocaten-generaal De Meijer en Lodder zijn aanwezig. Verdachte is ter terechtzitting aanwezig, alsmede alle raadslieden.
raadsmanvervolgt zijn pleidooi ten aanzien van zijn eigen cliënt.’
tijdens het verhoorduidelijk dat [slachtoffer] zeer emotioneel werd en van de hak op de tak sprong. Tevens stelde hij of zijn vrouw steeds vragen hoe het nu verder moest. Hierbij bestond het gevaar dat er gesprekken over de genomen en te nog nemen veiligheidsmaatregelen opgenomen zouden worden.
Waar er veiligheidsaspecten of veiligheidsstrategieën of zaken anders dan wat [slachtoffer] was overkomen ter sprake kwamen, werd door ons de opname gepauzeerd."
verhoor van 9 november 2016 uit meer 'deelbestanden' bestaatmaar dat deze niet ter beschikking zijn gesteld. De deskundige heeft ook gerapporteerd dat de opnames 349905 en 349908 verwijzingen bevatten naar een eerder contactmoment. Op basis van het deskundigenonderzoek kan daarom - anders dan in eerste aanleg - de conclusie worden getrokken dat er meer bestanden bestaan die (nog steeds) aan de verdediging worden onthouden.
'Mag ik een vraag stellen?'. Het verhoor duurt nog geen 5 minuten.
allereerste verhooraf te breken en af te wijken van de AVR, zowel in het proces-verbaal als in eerste instantie bij de rechter-commissaris. Dan is het ineens een ander verhoor en uiteindelijk zou er al vóór het verhoor het besluit zijn genomen om af te wijken van de AVR.
‘het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Bij de beoordeling daarvan is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad.
'We zitten nu op 22 november’. Dit impliceert dat het verhoor vlak voor of na middernacht is begonnen. Je kunt je natuurlijk afvragen waarom men pas na middernacht met [slachtoffer] in verhoor zou gaan en niet eerder op de avond.
ruim voor middernacht. Dit betekent dus dat er voorafgaand aan het opgenomen verhoor een niet geregistreerd verhoor heeft plaatsgevonden. Uit de woordelijke opname kan ook worden afgeleid dat men voorafgaand aan de opname al in gesprek is:
doelbewust of met grove veronachtzamingvan de belangen van cliënt aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan.
herinnering’ 11 dagen na dato. Bij het beluisteren van de verhoren is duidelijk gebleken dat de pauzemomenten niet kunnen worden geschaard onder de redenen die de verbalisanten hebben aangevoerd om af te wijken van de AVR. Ook blijkt dat er onderdelen ter sprake worden gebracht en [slachtoffer] wordt gestuurd in zijn verklaring. Dit zal ik aantonen aan de hand van drie voorbeelden.
Oké, dan laten we het daar even bij, dan pakken we even een pauzemoment.".Een pauze van 8 minuten volgt en over het terug kunnen halen van wazige schimmen wordt niet verder gesproken.
de bestuurder’.
Dat is de bestuurder’ en daarna verklaart hij dat [medeverdachte 4] op de bijrijdersstoel zat. De reactie van verbalisant 97006:
Maar we gaan hier de bus nog even omschrijven en dan stoppen we even ermee. Want je noemt nu een paar namen die je in de eerste aangifte niet genoemd hebt, dan ga ik er even wat meer vragen over stellen hoe je daar nou bij komt en hoe we daaraan gekomen zijn."
Uhm, jij hebt mij ook verteld dat jij iets van een vuurwapen zou hebben gezien." In de woordelijke uitwerking lezen we niet dat [slachtoffer]
‘iets van een vuurwapen'zou hebben gezien. Buiten de auditief geregistreerde verhoren is hier kennelijk over gesproken tussen 97006 en [slachtoffer] .
silhouet van een wapen’. Dat zou dan boven zijn broek uit steken. [slachtoffer] , die tot het verhoor van 21 november 2016 [verdachte] niet noemt, sluit nu naadloos aan bij de verklaring van zijn zoon eerder op die dag. Een sterkere aanwijzing dat de getuige ongeoorloofd is beïnvloed is haast niet denkbaar.
1.Standpunt verdediging
de procedure als geheelworden beoordeeld, tot de conclusie te leiden dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte, zo heeft de raadsman geconcludeerd. Subsidiair dient dit te leiden tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [slachtoffer] .
2.Standpunt openbaar ministerie
3.Juridisch kader
4.Oordeel hof
"Vervolgens liep ik op [slachtoffer] af en vroeg hem of hij [slachtoffer] was. Ik zag dat hij schrok. Ik zei hem dat ik van de politie was. [slachtoffer] reageerde geschrokken en zei : "niet hier, niet hier". Ik zei tegen hem dat zijn vriendin mijn gegevens had en dat hij mij kon bellen. Hierop ben ik doorgelopen. Vervolgens werd (het hof begrijpt: kreeg) ik op dinsdag 8 november omstreeks 17.00 uur een telefoontje van het slachtoffer [slachtoffer] dat hij met mij wilde praten. Vervolgens ben ik naar de woning van het slachtoffer [slachtoffer] gegaan aan de Bentismaheerd 120 te Groningen. In de woning trof ik [slachtoffer] , zijn vriendin [betrokkene 12] en naar later (bleek) de zoon van [slachtoffer] genaamd [betrokkene 2] . Tevens waren in zijn woning ook nog twee minderjarige kinderen. Ik trof een "ontredderde " situatie aan. [slachtoffer] gaf (aan dat) een van de mannen die hem hadden ontvoerd en mishandeld bij hem aan de woning was geweest. Dit was rond 16.30 uur. Hij zei dat de daders, kennelijk wisten dat hij uit het ziekenhuis was. Hij vertelde mij dat hij aan de woning was bedreigd en dat hem te kennen was gegeven dat hij die avond om 20.00 uur, € 1100,--- euro zou moeten betalen. ”
Wij troffen daar een ontredderd gezin aan. [slachtoffer] , zijn vrouw en kinderen waren hevig geëmotioneerd. Hen was medegedeeld dat ze niet meer naar hun woning zouden terugkeren en hadden hun mobiele telefoons in moeten leveren. Tevens was het hen te verstaan gegeven dat ze met niemand contact mochten onderhouden anders dan met collega 's van het Stelsel Bewaken en Beveiligen of met mij verbalisant 97006. Tevens werd hen medegedeeld dat de kinderen voorlopig niet naar de basisschool zouden kunnen gaan en geen contacten mochten onderhouden met hun vriendjes en vriendinnetjes. [slachtoffer] gaf aan dat hij pijn had. Wij verbalisanten zagen zijn letsel en zijn gemoedstoestand.”
Wij maakten hierbij gebruik van opnameapparatuur dit omdat het een zogenaamd AVR verhoor zou moeten worden. Echter tijdens het verhoor werd duidelijk dat [slachtoffer] zeer emotioneel werd en van de hak op de tak sprong. Tevens stelde hij of zijn vrouw steeds vragen hoe het nu verder moest. Hierbij bestond het gevaar dat er gesprekken over de genomen en te nog te nemen veiligheidsmaatregelen opgenomen zouden worden. De ruimte waarin [slachtoffer] en zijn gezin verbleef was zeer klein. Er bestond geen mogelijkheid om [slachtoffer] in alle rust te verhoren. Tijdens de verhoren stelde ook de vrouw van [slachtoffer] allerlei vragen en liepen de kinderen rond in de ruimte waar het verhoor plaats vond. Hierna heb ik verbalisant contact opgenomen met de officier van justitie en haar de mogelijkheden en onmogelijkheden verteld omtrent het volgens AVR opnemen van de verklaring. Met de officier werd afgesproken dat in de uitzonderlijke situatie waar wij zaten, wij voor zover het mogelijk was de gesprekken op zouden nemen en dat we daarnaast gesprekken met [slachtoffer] zouden voeren.
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof het verweer inhoudend dat sprake is van schending van de verbaliseringsplicht, om welke reden het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, althans over dient te worden gegaan tot bewijsuitsluiting, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. De steller van het middel klaagt in de eerste plaats over ’s hofs overweging dat de gevolgde werkwijze bij andere verhoren dan dat van 9 november 2016 formeel niet gedekt was, maar dat het niet onbegrijpelijk is dat verbalisanten de toestemming van de officier van justitie aldus hebben opgevat dat deze ook gold voor de daaropvolgende verhoren. Uit de verklaring die de officier van justitie als getuige ter zitting van het hof heeft afgelegd noch uit een ander feit of een andere omstandigheid zou kunnen worden opgemaakt dat de toestemming van de officier van justitie ook op andere verhoren betrekking had.
tweedemiddel bevat de klacht dat de bewezenverklaring niet (zonder meer) uit de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. De overwegingen waarin het hof tot uitdrukking heeft gebracht dat de verklaringen van de aangever op het punt van de betrokkenheid van de verdachte bij het aan hem tenlastegelegde feit voldoende betrouwbaar zijn om tot het bewijs te kunnen worden gebezigd zouden onbegrijpelijk zijn althans dat oordeel niet kunnen dragen. De gestelde tegenstrijdigheden in die verklaringen zouden de kern van het aan de verdachte tenlastegelegde raken, namelijk of hij wel of niet betrokken was bij de afpersing, en niet betrekking hebben op onderdelen dan wel tegenstrijdigheden ‘op detailniveau’.