ECLI:NL:HR:2023:1346

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
28 september 2023
Zaaknummer
21/05329
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 317 lid 1 SrArt. 312 lid 2 sub 2 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen afpersing voormalig motorclublid

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van afpersing van een voormalig lid van een motorclub. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld en het cassatieberoep richtte zich onder meer op vermeende schendingen van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registeren van verhoren en op de betrouwbaarheid van verklaringen van de aangever.

De verdediging stelde dat deze schendingen hadden moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of tot bewijsuitsluiting. Daarnaast werd betoogd dat het hof ten onrechte de verklaringen van de aangever betrouwbaar had geacht, ondanks tegenstrijdigheden op onderdelen of detailniveau.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het hof kunnen leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opriepen.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van afpersing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05329
Datum3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2021, nummer 21-002443-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 oktober 2023.