ECLI:NL:PHR:2023:653
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen uitvoer cocaïne en amfetamine en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 47 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van de uitvoer van circa 4,47 kilogram cocaïne en 3,87 kilogram amfetamine naar Zweden en deelneming aan een criminele organisatie. Het hof baseerde zijn oordeel op een nauwe en bewuste samenwerking waarbij de verdachte een actieve en cruciale rol speelde, onder meer door het benaderen van de koerier, het regelen van ontmoetingen en het onderhouden van intensief contact tijdens het transport.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verdachte slechts een marginale rol had als ad hoc intermediair en dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het om hasj ging, niet om harddrugs. Deze verweren werden door het hof en de Hoge Raad verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing en het bewijs van een grotere rol van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring van medeplegen voldoende had gemotiveerd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Daarnaast werd een klacht over onvoldoende motivering van het strafmaatverweer afgewezen, omdat het verzoek tot strafmatiging op persoonlijke gronden niet als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt gold.
Ambtshalve constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure, wat leidde tot een strafvermindering. De uitspraak van het hof werd vernietigd voor zover het de strafduur betreft en verminderd tot de gebruikelijke maatstaf, het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: De veroordeling voor medeplegen van uitvoer van harddrugs wordt bevestigd, met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.