ECLI:NL:PHR:2023:650
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens verzuim hof te beslissen op verzoek schouw bij onbruikbaar maken beschoeiing
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk onbruikbaar maken van een goed dat aan een ander toebehoort, namelijk beschoeiing. Het hof legde geen straf op en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de schadevordering.
De verdediging had tijdens het hoger beroep verzocht om een schouw ter plaatse, zoals bedoeld in artikel 318 in Pro samenhang met artikel 328 Sv Pro, om de feitelijke situatie beter te kunnen beoordelen. Het hof heeft echter nagelaten op dit verzoek te beslissen, wat een nietigheid tot gevolg heeft op grond van artikel 330 jo Pro. 415 Sv.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat dit verzuim leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling, waarbij het verzoek tot schouw alsnog moet worden behandeld. De overige middelen van cassatie behoeven geen bespreking en het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-beslissen op verzoek schouw en zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.