Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsvoering
111.
Het proces-verbaal met nummer 30436240, p. 8259 e.v., voor zover inhoudende als
bevindingen telecommunicatie [verdachte]van de verbalisant [verbalisant] :
Het proces-verbaal met nummer 30440402, p. 8285 e.v., voor zover inhoudende als
bevindingen telecommunicatie [telefoonnummer 5]van de verbalisant [verbalisant] :
Het proces-verbaal verhoor verdachte met nummer 30532765, p. 11853 e.v., voor zover inhoudende als verklaring van
[medeverdachte 5]:
[medeverdachte 5]:
Het proces-verbaal verhoor verdachte met nummer 26122498Z-2423, p. 93 e.v. van map 35, voor zover inhoudende als verklaring van
[betrokkene 6]:
Het middel en de bespreking daarvan
afzonderlijkniet zonder meer kan worden opgemaakt dat rekwirant [verdachte] is”. De steller van het middel meent dat de drie door het hof naar voren gebrachte omstandigheden – zowel afzonderlijk beschouwd als in onderlinge samenhang bezien – ontoereikend zijn om tot de vaststelling te kunnen komen dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van de alias [verdachte] . Vervolgens, althans zo versta ik de toelichting op het middel, zou het bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte bij de bewezenverklaarde feiten niet uit de daarna door het hof weergegeven bewijsmiddelen kunnen blijken.
Slotsom