Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Waar het in deze zaak om gaat
eerste middeltoepasselijke beoordelingskader is te vinden in HR 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:402, NJ 2022/209 m.nt. Jörg:
in het bijzonderaf” [cursivering AG] wijzen sterk in die richting. En daarbij ligt dan de nadruk niet op het schot in de auto (verdachte verklaart daar zelf ook over), maar op wat verdachte daarbij zou hebben gezegd. De door verdachte gesproken woorden blijken uit niets anders dan uit de verklaring van de getuige [getuige] . Een andere conclusie dan dat het hof aan die woorden beslissende betekenis voor het bewijs van voorbedachte raad toekent laat zich niet, althans zeer moeilijk denken. Die beslissende betekenis leidt tot de slotsom dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd nu een nadere motivering van het gewicht van andere voor voorbedachte raad relevante elementen [3] ontbreekt, terwijl het hof evenmin onder ogen heeft gezien of er compenserende factoren voor het niet horen van de getuige [getuige] aanwezig zijn.
eerste middelslaagt. De overige middelen behoeven daarom geen bespreking. Voor het geval daarover anders wordt gedacht, vermeld ik mijn standpunt over de overige middelen met een korte toelichting.
Ten overvloede: bespreking van de overige middelen
tweede middelslaagt eveneens, maar dat hoeft niet tot terugwijzing van de zaak naar het hof te leiden, omdat de Hoge Raad in voorkomend geval zelf de straf kan matigen. Het hof heeft de overschrijding van de redelijke termijn bepaalt op bijna negen maanden, terwijl die overschrijding naar de steller van het middel terecht opmerkt achttien maanden bedraagt. [4] Daarmee is de matiging van de straf door het hof gebaseerd op een verkeerd uitgangspunt.
derde middeldat klaagt over het ontbreken van een beslissing over een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inzake de betrouwbaarheid van de getuige [getuige] faalt en kan in voorkomend geval worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering. De verklaringen van [getuige] zijn in feitelijke aanleg bestreden wegens hun inconsistentie en omdat ze niet zouden aansluiten bij de overige beschikbare bewijsmiddelen, maar (andere) redenen waarom [getuige] een onbetrouwbare getuige is, zijn niet naar voren gebracht. Het hof heeft expliciet overwogen dat haar verklaringen steun vinden in de bewijsmiddelen waaronder de verklaring van verdachte dat hij van tevoren in de auto al een schot heeft gelost en de verklaringen van verschillende buurtbewoners dat zij in totaal drie schoten hebben gehoord. Het hof overweegt geen reden te hebben om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. De toelichting op het middel spitst zich toe op het motief van verdachte: werd het feit gepleegd om aan drugs te komen of wegens het seksueel van [getuige] met een/de dealer. Over dat punt heeft het hof nu juist wel uitdrukkelijk geoordeeld zonder daarbij beslissende betekenis toe te kennen aan de verklaringen van [getuige] . [5] Voor de onderhavige zaak zijn de eerder geciteerde door [getuige] gehoorde woorden van verdachte bij het schot in de auto uiteraard cruciaal (“Ik ga jou doodschieten en hij gaat er ook aan”), maar een juist op die woorden gericht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ontbreekt. [6]
vierde middelbetreffende de voorbedachte raad faalt. Ik lees in de toelichting op het middel geen rechtsklacht. In een vooropstelling (laatste twee alinea’s op p. 4 van het arrest; voor het citaat zie randnummer 9 hierboven) heeft het hof het kader van voorbedachte raad geschetst en daarmee het juiste juridische kader gehanteerd. [7] Anders dan steller van het middel kennelijk meent, vormt boosheid nog niet zonder meer een contra-indicatie voor voorbedachte raad, terwijl in de toelichting op het middel er niet op wordt gewezen dat het handelen van verdachte niet anders kan worden geduid dan bijvoorbeeld handelen in een plotselinge hevige drift. Ook voor het tijdsaspect van het beraad heeft het hof voldoende oog gehad. In de bewijsconstructie van het hof ligt op zijn minst besloten dat er na de bij het schot in de auto door verdachte gesproken woorden die duiden op een besluit en de daadwerkelijke uitvoering voldoende tijd voor beraad resteerde. [8]
eerste middelslaagt en de overige middelen behoeven geen bespreking. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.