Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en verloop van de procedure
3.De beschikking
Beklag
De raadsman:
(…) Het klaagschrift is ingediend naar aanleiding van het verhoor van klager als verdachte. De beschuldiging witwassen van het Rolex horloge is uiteindelijk ten laste gelegd aan de neef van cliënt. Die zaak is aangehouden voor nader onderzoek. De officier van justitie in de strafzaak, mr. Hoekstra, heeft aangegeven tot vrijspraak te zullen rekwireren ten aanzien van het witwassen van het in beslag genomen horloge. Ik heb de formele sepotbeslissing nog niet ontvangen.
Ik heb contact gezocht met de zaaksofficier van justitie S.M. van der Veen. Zij liet mij weten dat dit rekest behandeld zou worden bij de zaak van [betrokkene 1]. Dat horloge is bij aanhouding aangetroffen. Ter onderbouwing van het standpunt dat het eerlijk zou zijn aangeschaft zouden alleen bankafschriften van stortingen aangeleverd zijn. Het is onduidelijk waar het geld vandaan is gekomen. Er is voldaan aan de criteria voor een verdenking van witwassen. Een Rolex horloge is een gewild voorwerp, betrouwbaar betaalmiddel en heeft grote aantrekkingskracht. Het is wel vreemd dat iemand met een inkomenspositie als klager een dergelijk horloge koopt. Er zijn geen contra-indicaties voor witwassen. Ik verzoek u het klaagschrift ongegrond te verklaren.
De waarde van het horloge is € 14.100,-. Het horloge is cash afgerekend met 282 briefjes van €50,-.
De officier van justitie heeft daadwerkelijk ter zitting verklaard dat er vrijspraak zal worden gevraagd aan de rechtbank voor specifiek het witwassen van het horloge. Ik vind het belangrijk dat er ook enige discussie was op de zitting over de vraag of klager wel als getuige gehoord zou moeten worden gelet op het standpunt van het Openbaar Ministerie. Er loopt geen witwasonderzoek tegen klager. Hij is enkel één keer gehoord als verdachte. Het is de vraag of er überhaupt een zaak tegen cliënt gaat komen. Ik denk het niet. Ook gelet op het standpunt van het Openbaar Ministerie in de zaak van de neef van cliënt, dat tot vrijspraak wordt gerekwireerd ten aanzien van het witwassen van het horloge, is sprake van een situatie waarin het hoogst onwaarschijnlijk is dat een strafrechter later oordelend de verbeurdverklaring van het horloge zal bevelen. De stukken die zijn ingediend ter onderbouwing van het standpunt van cliënt betreffen stukken die zien op afschrijvingen, er staat geld op de rekening, legale circuit. Cliënt heeft een zelfstandig bedrijf, het loopt goed, hij heeft inkomen gegenereerd. Hij heeft zichzelf willen belonen. Hij heeft goed contact met zijn neef. Klager is geen katvanger. Ik verzoek u het klaagschrift gegrond te verklaren.
Beoordeling
4.Het middel
het waarom en wanneer hij het Rolex-horloge heeft uitgeleend aan beslagene en wanneer en door welke horlogemaker hij extra schakels in het polsbandje heeft laten zetten’niet is onderbouwd en dat het onderzoek hiernaar nog loopt en verder dat
‘er onvoldoende inzicht is gegeven in de herkomst van het contante geldbedrag waarmee klager het horloge heeft aangeschaft’. In feite geeft de rechtbank hier aan dat de klager dan wel in het bezit mag zijn van een aankoopbon van het horloge, maar dat dit niet voldoende is om hem als een bonafide derde aan te merken. Dat oordeel is in het licht van de geschetste omstandigheden niet onbegrijpelijk en dat oordeel brengt met zich mee dat de rechter kan en mag concluderen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het in beslag genomen voorwerp zal verbeurd verklaren.