Conclusie
Nummer23/00907 C
Inleiding
Het eerste middel
“Op donderdag 2 april 2015, had ik, [verbalisant 2] het dactyloscopische spoor gewaarmerkt met het dacty nummer C20 en geregistreerd onder Control ID’s: 11834 in het Latent bestand van Afix Tracker vergeleken met de referentieafdrukken voorkomende in het bestand van Afix Tracker.
Standpunt verdediging
Betrokkenheid van de verdachte bij de dood van het slachtoffer
tezamen en in vereniging met anderen of een andervan het leven heeft beroofd. In geval van een bewezenverklaring van medeplegen hoeft niet te worden vastgesteld welke feitelijke handelingen de verdachte zelf dan wel zijn mededader of mededaders hebben verricht. [2] In de jurisprudentie zijn diverse voorbeelden te vinden van zaken waarin de Hoge Raad de bewezenverklaring van medeplegen toereikend gemotiveerd heeft geacht, terwijl het hof in het midden had gelaten wie van de medeplegers de dodelijke handeling had verricht. [3] Dat het Hof in de onderhavige zaak in het midden heeft gelaten of de verdachte al dan niet degene is geweest die het slachtoffer heeft gesmoord, maakt de bewezenverklaring dan ook niet onbegrijpelijk.