ECLI:NL:PHR:2022:989
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens juiste betekening dagvaarding ondanks adreswijziging
De zaak betreft een verdachte die in eerste aanleg is veroordeeld voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in, maar werd door het gerechtshof niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet verscheen en geen grieven indiende. De dagvaarding in hoger beroep was gericht aan een adres waar verdachte sinds oktober 2019 in de Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven, terwijl hij in de eerdere procedure een ander adres had opgegeven.
De verdachte klaagde in cassatie dat het hof ten onrechte verstek had verleend, omdat de dagvaarding niet was betekend aan het in de appelakte opgegeven adres. De advocaat-generaal stelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan het BRP-adres, en dat op grond van art. 36g Sv verzending aan het eerder opgegeven adres achterwege kon blijven na wijziging van het BRP-adres.
De Hoge Raad bevestigt dat de wijziging van het BRP-adres ertoe leidt dat het laatst geregistreerde adres geldt voor betekening. Het hof hoefde daarom niet te onderzoeken of het onderzoek geschorst moest worden om de verdachte alsnog te laten verschijnen. Het middel faalt en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep gehandhaafd wegens juiste betekening dagvaarding aan het laatst geregistreerde BRP-adres.