Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1is gericht tegen rov. 3.3 en 3.4 van het bestreden arrest, waarin het hof heeft geoordeeld dat is voldaan aan het vereiste voor een geldige forumkeuze als genoemd in art. 25 lid Pro 1, onder b, Verordening Brussel I-bis (hierna ook: de b-grond). Het onderdeel betoogt dat TER c.s. weliswaar een grief hebben gericht tegen de beslissing van de rechtbank dat zij onbevoegd is, maar uit de toelichting op de grief blijkt dat die grief alleen is gericht tegen de verwerping van de bevoegdheid op grond van art. 25 lid Pro 1, onder a, Verordening Brussel I-bis, waarop rov. 2.4 en 2.5 van het vonnis van de rechtbank van 25 oktober 2017 betrekking heeft. Volgens het onderdeel hebben TER c.s. géén grief gericht tegen rov. 2.8 en 2.9 van dat vonnis, waarin de rechtbank de b-grond heeft beoordeeld. Door opnieuw te beoordelen of sprake is van de b-grond en vervolgens tot een andersluidend oordeel te komen dan de rechtbank, heeft het hof de negatieve zijde van de devolutieve werking miskend, althans de grenzen van de rechtsstrijd van partijen in hoger beroep overschreden, aldus het onderdeel.
niettegen het oordeel dat de Nederlandse rechter geen bevoegdheid toekomt op de b-grond van art. 25 lid 1 Verordening Pro Brussel I-bis. De juistheid van deze stelling, die door TER c.s. wordt betwist, kan in het midden blijven. Immers, ook wanneer TER c.s. géén grief hadden gericht tegen dit bevoegdheidsoordeel en de vraag naar de bevoegdheid op de b-grond buiten het door de grieven ontsloten gebied viel, was het hof gehouden om ambtshalve te onderzoeken of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, ongeacht of het daarmee buiten de rechtsstrijd van partijen zou treden. Met zijn oordeel dat de Nederlandse rechter géén rechtsmacht toekomt omdat partijen een exclusieve forumkeuze zijn overeengekomen voor de rechter te Hamburg, die voldoet aan het vormvoorschrift van art. 25 lid Pro 1, onder b, Verordening Brussel I-bis, heeft het hof de negatieve zijde van de devolutieve werking dus niet miskend en evenmin de grenzen van de rechtsstrijd van partijen overschreden. Het onderdeel faalt daarom.
jaarlijksxanthaangom aan Remia levert. De stellingen van TER c.s. hebben dus niet alleen betrekking op de lengte van de handelsrelatie, maar ook op de frequentie van de leveranties en daarmee op de intensiteit/omvang van de handelsrelatie. Remia heeft overigens ook niet betwist dat TER sinds 2010 jaarlijks xanthaangom heeft geleverd. [7] Het onderdeel dat veronderstelt dat TER c.s. niets hebben gesteld ten aanzien van de intensiteit/omvang van de handelsrelatie, faalt daarom bij gebrek aan feitelijke grondslag.
battle of formsof een
battle of foraen/of uitdrukkelijke verwerping van de voorwaarden van TER. Het gaat erom of na de wilsverklaring van Remia over toepasselijkheid van haar voorwaarden nog langer sprake was van wilsovereenstemming die eerder werd aangenomen op basis van een stilzwijgen, aldus de klacht.
battle of formsof een
battle of forageen sprake is. Uit deze slotzin van rov. 3.4 volgt dat de stilzwijgende instemming met een forumkeuze onder omstandigheden kan worden opgeheven door het mededelen van de eigen algemene voorwaarden of van een eigen forumkeuzebeding. Uit rov. 3.4 volgt ook dat het hof heeft onderzocht of uit de feiten kan worden afgeleid dat Remia niet langer stilzwijgend heeft ingestemd met de algemene voorwaarden van TER. Het oordeel van het hof dat de enkele verwijzing van Remia naar haar eigen algemene voorwaarden (waarvan in de procedure niet duidelijk is geworden of deze aan TER zijn meegedeeld en of zij een forumkeuzebeding bevatten) onvoldoende is om zulks af te leiden, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Daarmee faalt de klacht.