Conclusie
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
- het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het toelaten van ambulante hulpverlening.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel Igeeft eerst de hiervoor in alinea 2.4 weergegeven passage weer. Het onderdeel klaagt vervolgens dat het oordeel dat bij betrokkene sprake is van een stoornis blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip ‘psychische stoornis’ als bedoeld in de Wvggz, althans dat dit oordeel onbegrijpelijk is dan wel onvoldoende gemotiveerd. De klacht wordt toegelicht in de punten 1.1 – 1.3. Ik zal hieronder eerst de toelichting weergeven en daarna de klacht bespreken.
toelichting onder 1.1 [5] staat dat de rechtbank weliswaar overweegt dat er bij betrokkene sprake is van een stoornis in het gebruik van alcohol, maar dat niet is vastgesteld dat er sprake is van een alcoholverslaving die het denken, voelen, willen, oordelen van doelgericht handelen zo ingrijpend beïnvloedt dat betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend. Volgens de toelichting volgt net als in HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:559 [6] uit hetgeen de rechtbank heeft overwogen met betrekking tot het ernstig nadeel niet dat betrokkene een psychische stoornis heeft in de zin van de Wvggz. In de toelichting worden vervolgens vier passages uit het proces-verbaal [7] geciteerd. In deze passages vraagt de advocaat van betrokkene onder meer wat nu specifiek de doorslaggevende psychische stoornis is en geeft zij aan dat zij vragen heeft bij het ernstig nadeel: “
De stoornis betreft dus een vermoedelijke verslaving en het omschreven ernstig nadeel is niet gebaseerd op feiten”. Volgens de toelichting blijkt uit het proces-verbaal met name dat men zich zorgen maakt. Als echter niet duidelijk een stoornis is vastgesteld dan is dit voor de Wvggz niet relevant, aldus de toelichting.
toelichting onder 1.2wordt ingegaan op de bevindingen van de geneesheer-directeur en de medische verklaring. In de toelichting staat, puntsgewijs weergegeven, het volgende:
toelichting onder 1.3wordt ingegaan op de zorgkaart [8] en het zorgplan/behandelplan. In de toelichting staat het volgende:
op zichzelfniet tot toepassing van de Wvggz leiden. Om tot toepassing van deze wet te komen, moet sprake zijn van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. Deze psychische stoornis kan voortvloeien uit of samenhangen met de verslaving aan middelen. Het kan ook gaan om een van de verslaving losstaande psychische stoornis van andere aard.
en(ii) een ernstig vermoeden van een neurocognitieve stoornis als gevolg van alcoholgebruik. Tegen het onder (ii) genoemde oordeel komt het middel, als ik het goed zie, niet op. De rechtbank heeft de door de Hoge Raad geformuleerde maatstaf niet letterlijk weergegeven. Uit het oordeel dat bij betrokkene sprake is van een stoornis in het gebruik van alcohol
in combinatie methet oordeel dat het ernstig vermoeden bestaat dat bij hem tevens sprake is van een neurocognitieve stoornis als gevolg van alcoholgebruik blijkt mijns inziens evenwel genoegzaam dat de rechtbank die maatstaf wel heeft toegepast. Een neurocognitieve stoornis is namelijk een stoornis in één of meer cognitieve functies. Dit kan problemen opleveren met onder meer het geheugen, gedrag en het oplossen van problemen. In haar beslissing heeft de rechtbank tot uiting willen brengen dat de alcoholverslaving van betrokkene
gecombineerd met(i) een sterk vermoeden van cognitieve achteruitgang en (ii) de afwezigheid van enig ziekte-inzicht bij hem leidt tot de situatie dat de alcoholverslaving het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen zo ingrijpend beïnvloedt dat betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend. Dat alleen sprake is van
een ernstig vermoedendat bij betrokkene sprake is van een neurocognitieve stoornis en dat deze diagnose niet daadwerkelijk is gesteld acht ik niet van doorslaggevende betekenis om daar anders over te oordelen. De geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke schrijven beiden dat bij betrokkene sprake is van “oordeel- en kritiekstoornissen” en “afwezig ziekte-inzicht”. Het stond de rechtbank vrij om af te gaan op de door hen verstrekte schriftelijke informatie. Dat de niet behandelend psychiater bij het opstellen van de medische verklaring is afgegaan op informatie die zij van derden (waaronder de zorgverantwoordelijke) heeft ontvangen heeft als achtergrond dat zij meermaals tevergeefs heeft geprobeerd om met betrokkene in gesprek te komen.
a. Probleembeschrijving volgens zorgverantwoordelijke
toelichting onder 2.1wordt eerst het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 maart 2022 integraal overgenomen. In de toelichting staat vervolgens, puntsgewijs weergegeven, het volgende:
nietin de zorgmachtiging heeft opgenomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de zorgmachtiging vorig jaar is afgewezen omdat betrokkene ambulant geholpen wilde worden, dat deze hulp door de zorgmijdende houding van betrokkene niet behoorlijk van de grond is gekomen, dat in het kader van proportionaliteit de komende periode bezien zal moeten worden in hoeverre ambulante zorg alsnog in een gedwongen kader van de grond komt en opname niet nodig zal zijn, en dat om die reden de vorm van zorg die ziet op ambulante hulpverlening aan de zorgmachtiging wordt toegevoegd. De rechtbank achtte om die reden de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden: