Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
[klager 3],
[klager 4],
[klager 5],
eerste middelbevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte, althans op onbegrijpelijke gronden, heeft geoordeeld dat de vorderingen uitgereikt aan [A] niet onrechtmatig waren.
tweede middelbevat de klacht dat de klager onterecht niet-ontvankelijk zou zijn verklaard in het beklag voor zover het een verzoek tot vernietiging en verbod op gebruik van de gegevens bij de Belastingdienst betrof.