“Algemene feiten en omstandigheden
[verdachte] heeft ter zitting het volgende verklaard:
“De voorzitter vraagt mij of ik samen met medeverdachten [betrokkene 10] en [betrokkene 11] een bedrijf had, ook wel een private exchange genoemd, waarbij wij bitcoins aannamen van derden, deze verkochten bij public exchanges zoals Bitonic, daarvoor gelden ontvingen op bankrekeningen van door ons opgerichte rechtspersonen, van die bankrekeningen contant geld opnamen of lieten opnemen en de verkopende derden voor hun aangeleverde bitcoins contant geld teruggaven. Ja, dat klopt.
De voorzitter vraagt mij of kan worden vastgesteld dat de 675 trades, zoals aangetroffen in de administratie, hebben plaatsgevonden, waaronder die met [betrokkene 1] [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 6] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] , [betrokkene 7] , [betrokkene 8] , [betrokkene 9] . Jazeker, die trades hebben plaatsgevonden. Cashtrades waren het grootste onderdeel, maar over de jaren is er ook veel online verhandeld via bankrekeningen. Het kan kloppen dat er in de ten laste gelegde periode een bedrag van ongeveer 7,6 miljoen euro contant is opgenomen en dat er voor een bedrag van ongeveer 2,3 miljoen euro aan bitcoins is verkocht. De exacte bedragen weet ik niet, maar het kan in die richting zijn. Aan de hand van het totaal opgenomen geldbedrag en het aantal bitcoins zou het kunnen kloppen dat er ruim 45.000 bitcoins zijn ingewisseld bij Bitonic, waarvan 38.181 in de ten laste gelegde periode.
Ik heb mij ingekocht in het bedrijf. [betrokkene 12] en ik stonden gelijk. [betrokkene 11] werkte voor ons.”
Op het verzoek globaal in te schatten wanneer het start- en eindpunt was dat [betrokkene 11] bij de bitcoinhandel betrokken was, heeft hij verklaard dat de begindatum in het contract staat. Er was een proefperiode van twee tot drie maanden voordat het contract begon. Tijdens een doorzoeking in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] werd een document inbeslaggenomen. In de koptekst staat vermeld: “Afspraken samenwerking [betrokkene 11] /Domain Brokers 21-10-2014”. Over zijn werkzaamheden heeft [betrokkene 11] verklaard: “In het begin was het vooral naar trades toegaan. Het contact met klanten deed ik in het begin niet, wel pinnen. Naarmate de tijd vorderde, kwam er administratie bij en het contact onderhouden met klanten in de zin van afspraken, maar dat was niet met alle klanten.” In de periode dat [betrokkene 10] en [verdachte] in Malta zaten, sprak [betrokkene 11] met hun klanten af, omdat zij er niet bij waren. [betrokkene 11] handelde in die periode zelfstandig trades af.
Contante opnamen ter hoogte van € 7.607.192,-
Uit het ingestelde onderzoek is gebleken dat [betrokkene 10] en [verdachte] zich bezig hielden met de inkoop en verkoop van bitcoins. Van de Nederlandse bankrekeningen van de - direct en indirect - aan hen te relateren rechtspersonen is een totaaloverzicht van de relevante transacties gemaakt. In totaal is € 7.607.192,- aan contanten opgenomen.
Contante geldbedragen ter hoogte van € 2.346.200,-
Tijdens een doorzoeking in het pand aan de [b-straat 1] in [plaats] werd op 29 september 2015 een laptop aangetroffen en gecodeerd als A.03.08.001. Ook is tijdens deze doorzoeking kasadministratie aangetroffen, gecodeerd als A.03.05.001. Tijdens een doorzoeking op 29 september 2015 in het pand aan de [c-straat 1] werd een bitcoins administratie aangetroffen en gecodeerd als H.02.09.001.
Aan de hand van
a. Excel-bestand “Saldo Rekeningen.xlsx” afkomstig van Asus laptop (A.03.08.001);
b. Hardcopy administratie (H.02.09.001), en
c. Hardcopy administratie (A.03.05.001);
is een overzicht gemaakt van de in- en uitgaande geldstromen (hierna: totaallijst trades) over de periode van 8 september 2014 tot en met 28 september 2015. Het overzicht telt in totaal 675 transacties, waarvan 356 uitgaande geldstromen en 319 ingaande geldstromen.
Uit de totaallijst trades blijkt dat verdachten ook inkomende contante gelden hebben verkregen uit de verkoop van bitcoins. Door de verkoop van bitcoins hebben verdachten vanaf 28 januari 2015 toten met 17 september 2015 een contant geldbedrag van € 2.346.200,- tot hun beschikking gekregen.
38.181 bitcoins
Na analyse van de verstrekte gegevens van Bitonic, bleek dat [betrokkene 10] retour-bitcoin adressen had opgegeven.
Totaaloverzicht gebruik bitcoin-retour adressen:
BTC-adres eerste tx laatste tx totaal ontvangen
[adres 1]
[adres 2]
[adres 3]
Bewijsoverweging
Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [verdachte] samen met [betrokkene 10] in de periode van 1 januari 2014 tot en met 29 september 2015 contante geldbedragen van € 7.607.192,- en € 2.346.200,- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet. Daarnaast stelt de rechtbank aan de hand van het totaaloverzicht ontvangen bitcoins vast dat [betrokkene 10] en [verdachte] in de periode van 1 januari 2014 toten met 29 september 2015 in totaal 38.181 bitcoins hebben ingeruild bij Bitonic B.V. en een hoeveelheid bitcoins hebben aangekocht of ingeruild bij de in de tenlastelegging onder B genoemde personen. In de periode van 1 september 2014 tot en met 29 september 2015 was ook [betrokkene 11] hierbij betrokken.
Ter beoordeling staat vervolgens of [betrokkene 10] , [verdachte] en [betrokkene 11] zich hiermee schuldig hebben gemaakt aan witwassen.
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, onder a en b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf’, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp “uit enig misdrijf’ afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is (Hoge Raad 27 september 2005, NJ 2006, 473 en Hoge Raad 28 september 2004, LJN: AP2124).
De rechtbank stelt vast dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting geen direct bewijs voor de herkomst van de ten laste gelegde geldbedragen en bitcoins kan worden afgeleid.
Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat direct bewijs voor een criminele herkomst van het geld/de bitcoins ontbreekt, ligt de vraag voor of op grond van de feiten en omstandigheden - zoals deze uit het onderzoek en het verhandelde ter terechtzitting naar voren zijn gekomen, bezien in samenhang met de zogenaamde typologieën van witwassen - sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Indien dat het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst.
De rechtbank acht ten aanzien van de vraag of sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen de volgende bewijsmiddelen van belang.
Vermoeden van witwassen
[betrokkene 10] heeft verklaard dat er geen administratie was over de traders en waar hun bitcoins vandaan kwamen. [betrokkene 11] heeft verklaard dat hij niet de identiteit controleerde van de persoon met wie hij handelde om de privacy naar klanten toe te waarborgen en hen niet af te schrikken. Hier was weleens met [betrokkene 10] over gesproken, omdat een andere trader het wel deed. Er is voor gekozen om het niet te doen, om de klanten niet af te schrikken.
[verdachte] heeft ter zitting het volgende verklaard:
“Wij vroegen een provisie tussen de 5 en 15 procent. Dat kan gemiddeld op 9 procent uitkomen. Wij spraken met klanten af in ons kantoor of in een café en ook bij mijn ouders in het café. We spraken in publieke ruimtes af. Het ging om grote contante geldbedragen aan bitcoins.”
[betrokkene 10] heeft ter zitting verklaard dat er geen transactie is geweest waarbij hij geen gebruik heeft gemaakt van Sharedcoin en dat dit wordt aangeraden vanwege de privacy.
De getuige [betrokkene 13] heeft verklaard dat de winst die het bedrijf (de rechtbank begrijpt: Bitonic B.V.) op een transactie pakt tussen de 0 en 1,5 procent ligt, maar vaker onder de 1 procent dan daarboven. Ook volgt uit zijn verklaring dat alle betalingen plaatsvinden via een bankrekening.
De deskundige [betrokkene 14] heeft verklaard dat een Sharedcoin transactie uit meerdere inputs bestaat, als meerdere transacties worden gebundeld, met als doel het bemoeilijken om na te gaan waar de transacties vandaan komen.