ECLI:NL:PHR:2022:36
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens ontbreken grieven en afwezigheid raadsman in hoger beroep
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin hij was veroordeeld voor diefstal en wederrechtelijke binnendringing. De verdachte was niet verschenen op de terechtzitting en zijn raadsman was eveneens afwezig zonder bericht aan het hof. De verdediging klaagde dat het hof ten onrechte geen onderzoek had gedaan naar de reden van afwezigheid van de raadsman voordat verstek werd verleend.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de stukken niet bleek dat de raadsman zich in hoger beroep had gesteld en dat het hof de verdachte en diens raadsman tijdig in kennis had gesteld van de zitting. Het hof kon daarom verstek verlenen zonder nader onderzoek naar de afwezigheid van de raadsman. Daarnaast werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte geen schriftelijke grieven had ingediend noch mondeling bezwaren had opgegeven, zoals toegestaan op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.
De Hoge Raad verwierp ook de klacht dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat er geen rechtens te beschermen belang was bij inhoudelijke behandeling, ondanks een reclasseringsadvies om de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf niet uit te voeren. Het hof achtte dit advies onvoldoende aanleiding voor een andere beslissing. Het cassatiemiddel werd afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven en afwezigheid van de raadsman zonder nader onderzoek.